Hoofdstuk 11 : China’s economische wonderverhaal
De opmars van de Chinese economie in de afgelopen dertig jaar behoort tot de meest ingrijpende geopolitieke verschuivingen van onze tijd. Wat ooit een gesloten communistische staat was, transformeerde in minder dan één mensenleven tot een wereldwijde productie-hub, waar de productielijnen nooit stilstaan. De onderstaande grafiek geeft een duidelijk beeld van deze opmerkelijke evolutie sinds het midden van de twintigste eeuw.
11.1 Openheid naar het westen
Eind jaren ’70, na de dood van Mao Zedong, was China in feite virtueel bankroet. Na de culturele revolutie begon een moeizaam herstel, nadat een reeks hervormingen werden doorgevoerd door Deng Xiaoping, de opvolger van Mao. De Chinese economie begon gestaag te groeien, maar na de bloedige neerslag van de studentenopstand op het Tiananmenplein in 1989 besefte de CCP dat versnelde economische hervormingen noodzakelijk waren om te voorkomen dat een dergelijke opstand zich ooit nog zou herhalen.
Deng Xiaoping sprak van ‘openheid naar het Westen’. Maar dit was in geen geval een opening naar democratie. Het was een strategische keuze om de grenzen economisch open te stellen en deze jonge, getalenteerde en ambitieuze Chinezen de ruimte te geven om handel te drijven met het vrije Westen.
Zo ontstond in feite, na de Tiananmenprotesten, een ongeschreven overeenkomst tussen de CCP en het volk: blijf weg van de politiek, en wij zullen jullie de kans geven om rijk te worden. Het resultaat was een fenomenale economische opmars. Vanaf eind jaren ’80 ontwikkelde China zich in een ongezien tempo. Nooit eerder in de menselijke geschiedenis kende een economie zo’n explosieve groei in zo’n korte tijdspanne.
Maar er zijn ook nog andere factoren die deze explosieve groei helpen verklaren.
Het heeft zeker ook te maken met de aard van het Chinese volk zelf: Chinezen zijn niet alleen intelligent, maar het is ook een uitzonderlijk hardwerkend volk. Wanneer ze de kans krijgen om te groeien,... dan 'zullen' ze groeien!
Toch waren het niet enkel de hervormingen en de gedrevenheid van het Chinese volk die dit economische succesverhaal mogelijk maakten. Er was nog een derde factor, die een cruciale rol speelde: er kwam namelijk tegelijkertijd een massale instroom van westers kapitaal op gang.
Nadat een einde kwam aan de Koude Oorlog maakten westerse investeerders vrijwel meteen opnieuw dezelfde fout. Het vrije Westen had zich nog maar net ontworsteld aan de greep van de Sovjetunie, of het richtte zijn blik al op China — de nieuwe, sluimerende communistische grootmacht. Terwijl het Westen zichzelf overtuigde dat de val van het IJzeren Gordijn het communisme voorgoed naar de geschiedenisboeken had verbannen, wachtte China geduldig af. Het land observeerde hoe de Sovjetunie ineenstortte onder zijn eigen gewicht, en trok er lering uit. Waar Moskou zich in een directe, confronterende strijd met het Westen had gestort, koos Peking voor een subtielere strategie: de fakkel van de Sovjets overnemen, maar dan met sluwere middelen en zonder openlijk conflict.
Gedreven door economisch opportunisme verplaatsten talloze westerse multinationals hun productielijnen integraal naar China, op zoek naar goedkope arbeid, grotere productiecapaciteit en hogere winstmarges. Ook de westerse economie onderging een transformatie van een productie-economie naar een diensteneconomie, terwijl de afhankelijkheid van China als de ‘fabriek van de wereld’ gestaag toenam. Zo zette het vrije Westen, vaak zonder het te beseffen, zelf alles in gereedheid voor de opkomst van een regime dat niet minder ideologisch gedreven was dan de Sovjet-Unie, maar zijn kaarten voorzichtiger speelde. Wall Street zag in China vooral een markt, maar vergat dat achter de façade van economische hervorming nog steeds dezelfde communistische logica schuilging. Zo maakte het Westen, verblind door kortetermijnwinst, de weg vrij voor een communistisch project dat na de Koude Oorlog de erfenis van de Sovjetunie, voorlopig in stilte, zou voortzetten...


Bruto Binnenlands Product
van de Volksrepubliek China
tussen 1952 en 2020

Er zijn in wezen drie hoofdredenen voor het economische succes van China in de afgelopen drie decennia: ten eerste het talent van het Chinese volk, ten tweede de werkijver van het Chinese volk, en ten derde — en misschien wel het belangrijkste — de influx van Westers kapitaal, waardoor Wall Street zichzelf stevig heeft vastgeketend aan de Chinese Communistische Partij.
Quote...

Zolang het regime wordt gesteund door westerse multinationals, het establishment, regeringen en zogenaamde
academische intellectuelen; zolang het kapitaal, technologie, goederen en politieke erkenning blijft ontvangen van deze verraders van democratie en vrijheid, is er weinig hoop
op verandering…
Dit is de grootste paradox in de geschiedenis van de mensheid: het vrije Westen voedt zijn eigen ondergang.
Yuri Bezmenov (1939–1993)
Voormalig KGB-informant en journalist
11.2 Van werkkamp tot winkelrek
Sommige van deze productielijnen belandden in reguliere fabrieken, maar andere vonden hun weg naar gevangenissen en werkkampen, waar opnieuw diezelfde gewetensgevangenen werden ingezet als goedkope arbeidskrachten. Voor de betrokken multinationals maakte dat nauwelijks een verschil. De honger naar winst en het enthousiasme om zaken te doen met het opkomende China hadden een zodanig verblindend effect dat de CCP zelfs geen moeite meer hoefde te doen om de ware aard van het regime en zijn wandaden te verbergen. Het werd in feite door het Vrije Westen zelf toegedekt.

Free China - The Courage to Believe (2012)
In de documentaire ‘Free China: The Courage to Believe’ vertelt de Chinees-Amerikaanse arts Dr. Charles Lee hoe hij in 2003 in China werd gearresteerd en vervolgens drie jaar werd vastgehouden in een werkkamp nadat hij probeerde het Chinese televisienetwerk te onderbreken met informatie over Falun Gong.
Tijdens zijn gevangenschap werd Dr. Lee gedwongen om Homer Simpson-slippers te maken.

Na de nodige diplomatieke druk vanuit de VS werd hij na drie jaar opsluiting in 2006 vrijgelaten. Toen hij na zijn terugkeer naar de VS door een Amerikaanse supermarkt wandelde, stond hij plots tot zijn grote verbazing oog in oog met de Homer Simpson-slippers die hij zelf in het Chinese werkkamp onder dwang had moeten maken.
Het was voor hem een pijnlijke confrontatie en een schrijnend voorbeeld van hoe diep onze westerse consumptie verweven is geraakt met de mensenrechtenschendingen binnen het Chinese laogai-systeem.

Dr. Charles Lee toont de Homer Simpson-slippers die hij eigenhandig moest maken in een Chinees werkkamp, nadat hij als Falun Gong-beoefenaar was veroordeeld tot “heropvoeding door arbeid”.
Letter From Masanjia (2018)
‘Letter from Masanjia' is een Canadese documentaire uit 2018, geregisseerd door Leon Lee.
De film opent met het verhaal van Julie Keith, een huismoeder uit Oregon (VS), die in oktober 2012 een SOS-briefje aantrof in een Halloween-speeltje dat zij in een Walmart-supermarkt had gekocht. Nadat ze dit op sociale media plaatste, werd het bericht opgepikt door een lokale krant en later ook door CNN en andere internationale nieuwsmedia. Nadien startte de U.S. Immigration and Customs Enforcement, een federale opsporingsdienst onder het Department of Homeland Security, een onderzoek.
De brief begon met de woorden:
“Geachte heer, als u dit product hebt gekocht, wilt u dan alstublieft deze brief doorsturen naar de Wereldorganisatie voor Mensenrechten? Duizenden mensen worden hier vervolgd door de Chinese Communistische Partij en zullen u voor altijd dankbaar zijn en zich u blijven herinneren.”

De schrijver van de brief was Sun Yi, een Falun Gong-beoefenaar die gevangen zat in het beruchte werkkamp van Masanjia (provincie Liaoning, China). Hij onderging er zware en langdurige martelingen en werd gedwongen om meer dan twintig uur per dag slavenarbeid te verrichten.
Tijdens de productie van Halloween-speelgoed riskeerde hij zijn leven door in het geheim een twintigtal van zulke brieven te verbergen in de decoraties die door de gevangenen werden gemaakt. Deze artikelen werden naar de Verenigde Staten verscheept, en één ervan werd door Julie Keith gekocht.
Leon Lee, wiens eerdere werk als regisseur en producent bekroond werd met een Peabody Award, wist Sun in China op te sporen. Inmiddels was Sun vrijgelaten uit Masanjia, en samen besloten zij in het grootste geheim te werken aan een documentaire over zijn ervaringen in het werkkamp.
Het beeldmateriaal werd door Sun zelf in China gefilmd, vervolgens in het geheim het land uitgesmokkeld, en later door Lee gemonteerd. Op die manier wist Sun zijn leven vast te leggen terwijl hij voortdurend onder streng toezicht van de politie stond.
“Sun is geen professionele filmmaker. Anderen maken films met technieken, maar Sun deed het met zijn hart en ziel,” legde Lee uit. Hij en zijn team ontvingen niet alleen beeldmateriaal en informatie van Sun, maar werden ook voortdurend door hem aangemoedigd en gemotiveerd. “Soms waren we ten einde raad en wisten we niet meer hoe het verder moest. Maar Sun bleef altijd optimistisch en zei dat het goed zou komen. Vervolgens kwam hij met een idee en begon eraan te werken. We zijn hem dankbaar voor zijn moed, volharding en optimisme.”
Tijdens het maken van de film werd Sun in China opnieuw gearresteerd, maar hij wist op tijd naar Indonesië te vluchten, waar hij uiteindelijk Lee en Keith persoonlijk kon ontmoeten.
Toch kreeg het verhaal van Sun Yi uiteindelijk een onverwacht tragisch einde. Op 1 oktober 2017 overleed hij plotseling in een ziekenhuis in Bali, Indonesië. De officiële doodsoorzaak werd opgegeven als nierfalen. Zijn familie stelde echter dat hij vóór zijn overlijden geen nierproblemen had en in goede gezondheid verkeerde. Vanuit China vroeg de familie van Sun Yi om een autopsie om de doodsoorzaak onafhankelijk te laten vaststellen, maar dit verzoek werd door de lokale autoriteiten geweigerd en het lichaam werd gecremeerd.
In interviews verklaarde regisseur Leon Lee dat Sun Yi kort voor zijn dood was benaderd door iemand waarvan hij vermoedde dat het een Chinese spion was. Lee meldde dat Sun abrupt geheugenverlies ontwikkelde voorafgaand aan zijn plotselinge achteruitgang (“he lost his memory, he didn’t even know who I was”). Lee vermoedt dat vergiftiging een mogelijke oorzaak zou kunnen zijn, hoewel het zonder onafhankelijke medische of forensische documenten moeilijk blijft om met zekerheid vast te stellen wat er precies is gebeurd en of er sprake is van moord of vergiftiging.
De ontdekking van Sun Yi's brief bracht wereldwijd aandacht voor de misstanden in Chinese werkkampen en speelde mogelijk een rol in de beslissing van de Chinese overheid om eind 2013 het systeem van “heropvoeding door arbeid” (RTL) plots af te schaffen. Hoewel dit werd gepresenteerd als een stap vooruit op het gebied van mensenrechten, waarschuwden organisaties zoals Amnesty International dat de CCP in werkelijkheid simpelweg was overgestapt op andere vormen van willekeurige detentie, waaronder de zogenaamde “black jails” en “brainwashing centers”.

Julie Keith toont in de film de Halloween-decoratie en de SOS-brief die zij in de verpakking aantrof.

Sun Yi met op de achtergrond het Masanjia-werkkamp, vanwaaruit hij tijdens zijn gevangenschap de brief verstuurde. In de documentaire filmde hij deze beelden vlak bij het kamp, dat in 2013 officieel werd gesloten. Critici stellen echter dat dit slechts een afleidingsmanoeuvre was van de Chinese overheid en dat de gevangenen in werkelijkheid werden overgebracht naar andere faciliteiten, zoals de beruchte “black jails” en “brainwashing centers.”

Sun Yi wist te ontsnappen naar Indonesië, waar hij uiteindelijk Julie Keith en regisseur Leon Lee ontmoette. Tijdens haar bezoek liet Keith hem het briefje en de Halloween-decoratie zien die hij zelf in gevangenschap had gemaakt – een emotioneel beladen moment voor Sun.

Sun Yi en regisseur Leon Lee samen op de foto in Bali, Indonesië, na een jarenlange samenwerking van op afstand. Sun overleed nog vóór de première van de film in 2018. De documentaire sluit af met een vermelding van zijn plots overlijden onder verdachte omstandigheden.
11.3 De economische metamorfose van China
Er bestaan talloze manieren om de exponentiële groei van de Chinese economie te illustreren. Neem als voorbeeld de skyline van Shanghai. De eerste foto onderaan dateert van 2014: de Shanghai Tower was toen nog in aanbouw, maar verder oogt de skyline grotendeels zoals vandaag. De andere foto daarentegen — genomen op exact dezelfde locatie — voert ons terug in de tijd. Wat we te zien krijgen, is een stad die nog aan de vooravond stond van haar metamorfose. Het contrast is verbluffend.




Om een dergelijk contrast te zien in een stad als New York, moeten we teruggaan tot ongeveer 1890. In die periode waren de pijlers van de Brooklyn Bridge het hoogste punt van de stad. Manhattan telde nog geen enkele wolkenkrabber en bestond enkel uit laagbouw. In Shanghai zien we een vergelijkbaar beeld — de tweede foto werd echter niet genomen in 1890, maar in 1990! Dat is amper vijfendertig jaar geleden! Dit illustreert hoe spectaculair China in zo’n uitzonderlijk korte periode is gegroeid.
Een ander treffend voorbeeld is de evolutie van de containertrafiek (zie tabel 1). In 2000 bestond de top tien van grootste zeehavens ter wereld nog uit havens verspreid over verschillende continenten. Iets meer dan tien jaar later zag die ranglijst er totaal anders uit: Singapore en Rotterdam konden hun positie nog enigszins vasthouden, maar de rest waren ondertussen allemaal Chinese havensteden geworden, die in iets meer dan tien jaar tijd waren uitgegroeid tot wereldhavens.
Onder Mao Zedong werd China geconfronteerd met een cultureel, moreel en economisch bankroet. Maar in de afgelopen drie decennia heeft het land op economisch vlak een immense transformatie doorgemaakt en zich ontpopt tot een economische grootmacht. Daartegenover staat dat vooral de jongere generaties Chinezen, op aangeven van de CCP, zich volledig hebben blindgestaard op dit economische succesverhaal, terwijl ze de rijkdom van de authentieke Chinese cultuur en het roemrijke verleden van hun land vrijwel volledig zijn kwijtgeraakt.
Vanuit de communistische gedachte van het absolute materialisme en het absolute atheïsme werd “To get rich is glorious” de nieuwe Chinese mantra — en ook dat maakt in feite deel uit van de tragedie van het Chinese volk.

Tabel 1: De grootste zeehavens ter wereld in 2000 en in 2013
11.4 De lange termijnvisie van de CCP
Maar in werkelijkheid richt de CCP zich niet alleen op economische dominantie; haar ware ambitie reikt veel verder dan dit economische wonderverhaal.

De CCP volgt een duidelijk omschreven lange termijnvisie. Het streefdoel is om tegen 2049 uit te groeien tot het invloedrijkste en machtigste land ter wereld. Het gekozen jaar 2049 is niet toevallig: dat is het jaar waarin in China honderd jaar communistische overheersing door de CCP zal worden ‘gevierd’. Wat ooit werd gezien als ‘het gele gevaar’, lijkt zich steeds meer te manifesteren als ‘het rode gevaar’ — terwijl de meeste mensen het in de loop der jaren nauwelijks hebben opgemerkt.
China hield zich ruim drie decennia lang gedeisd. Het wachtte geduldig af terwijl het land een ongeziene transformatie onderging. Uit de toespraken van Chinese leiders blijkt dat dit geen toevallige ontwikkeling was, maar een bewuste strategie. Het buitenlandse beleid werd jarenlang gestuurd door de richtlijnen van Deng Xiaoping, die het in 1990 tijdens het jaarlijkse Volkscongres als volgt formuleerde: “We verbergen onze krachten, en wachten onze tijd af. Wees goed in het handhaven van een laag profiel en eis nooit het leiderschap op.”
Pas in 2017 maakte Xi Jinping, opnieuw tijdens het jaarlijkse Volkscongres, duidelijk dat er een einde was gekomen aan dit tijdperk van terughoudendheid. Hij sprak van “een nieuw tijdperk” waarin “China een centrale rol op het wereldtoneel” zou gaan vervullen. Daarmee werd ook het ultieme doel van de CCP steeds duidelijker — wereldleiderschap. Een “aanhoudende en vastberaden strijd” om Lenin’s Derde Internationale alsnog te laten slagen — en om uiteindelijk te komen tot een wereld geleid door de Chinese Communistische Partij.


_jpg.webp)
De CCP is dé tegenstander van onze tijd. Iedereen die iets anders beweert, is ofwel uit op eigenbelang, ofwel liegt hij tegen je.
Kash Patel
Directeur van de FBI
Om dit doel te bereiken is China begonnen met iets wat het in zijn lange geschiedenis nooit eerder heeft gedaan — expansie!
Doorheen vijfduizend jaar geschiedenis beschouwden de Chinezen hun eigen land en cultuur als erg compleet. Expansie was iets waar ze zich gewoonweg niet mee bezighielden. Maar sinds 2017 is daar voor het eerst openlijk verandering in gekomen — en wel op alle mogelijke fronten.
11.4.1 Economische globalisering als ideologisch Trojaans paard
Vooral op economisch vlak tekent zich die nieuwe koers scherp af. Met het Belt & Road-initiatief is de CCP gestart met de uitbouw van een immense transport- en handelsinfrastructuur die de landsgrenzen ver overstijgt. Xi Jinping wordt algemeen gezien als de architect van het BRI en het project werd gepresenteerd als een een visionair project en een win-win samenwerking. Xi Jinping noemde het van bij het begin een ‘nieuwe zijderoute’. Landen die zich aansloten konden profiteren van omvangrijke Chinese investeringen in infrastructuur (havens, spoorwegen, energie, telecommunicatie).
Maar achter deze verheven retoriek schuilt echter een complexere werkelijkheid. Critici beschouwen het BRI niet louter als een economisch samenwerkingsverband, maar als een subtiele vorm van ‘neokolonisatie’. Grote delen van Afrika, maar ook landen in Zuid-Oost Azië, Latijns-Amerika en zelfs Europa raken steeds dieper verstrikt in de greep van de Chinese Communistische Partij.

Het Belt and Road Initiative strekt zich uit over meer dan 150 landen in Azië, Afrika, Europa, Latijns-Amerika en de Pacifische regio.
Vaak begint het met verleidelijk ogende leningen en infrastructurele investeringen, maar wanneer landen hun schulden niet kunnen terugbetalen, verwerft Peking strategische invloed over havens, spoorwegen en grondstoffen. Zo verlegt China zijn machtssfeer, niet door militaire expansie zoals in vroegere tijden, maar door economische afhankelijkheid te creëren en politieke concessies af te dwingen.
Tussen de regels...
De driehoek van Europa
Via diplomatieke druk en commerciële investeringen heeft China de afgelopen tien jaar actief geprobeerd zijn invloed op strategische Europese havens uit te breiden. Zo heeft het land zijn aanwezigheid binnen de maritieme driehoek van Europa — met Piraeus, Zeebrugge/Rotterdam en Hamburg als steunpunten — aanzienlijk uitgebouwd.

1: Piraeus: Toen Griekenland in 2010-2012 diep wegzakte in een schuldencrisis en internationale steunpakketten ontving in ruil voor privatiseringen en bezuinigingen, werd Piraeus een van de kroonjuwelen die in de etalage werden gezet. China zag dit als een unieke kans om zijn Belt and Road Initiative (BRI) in Europa te verankeren. In 2016 werd de deal verder uitgebreid: COSCO (een van de grootste Chinese staatsbedrijven op het gebied van maritiem transport en logistiek) verwierf een meerderheidsbelang van 51% in de Piraeus Port Authority. Daarmee kreeg China de controle in handen over een van de oudste en strategisch belangrijkste havens van Europa.
2: Zeebrugge: Ook Zeebrugge is momenteel bijna volledig in Chinese handen gevallen (zo’n 90%), waardoor de haven voor China een cruciale logistieke rol speelt in de toegang tot West-Europa.
3: Hamburg: het Chinese aandeel (~25%) in Container Terminal Tollerort (CTT) in de haven van Hamburg werd in 2023 effectief verworven door COSCO. Deze investering lag politiek zeer gevoelig, zowel binnen Duitsland als op EU-niveau, vanwege zorgen over kritieke infrastructuur en Chinese invloed.
Piraeus: het nieuwe Trojaanse paard in Europa:
De Chinese overname van Piraeus en de bredere economische afhankelijkheid die volgde voor Griekenland, hadden een duidelijk merkbare invloed op hoe Griekenland zich opstelde tegenover China, met name wanneer het ging over mensenrechtenkwesties.
In 2017, nadat de haven Piraeus was overgenomen door COSCO, blokkeerde Griekenland als enige EU-lidstaat een gezamenlijke EU-verklaring bij de VN-Mensenrechtenraad die China bekritiseerde vanwege zijn mensenrechtenbeleid (onder meer in de context van de arrestaties van dissidenten). Dit was nog nooit eerder gebeurd en het was de eerste keer dat de EU géén consensusverklaring kon uitbrengen over China.
Europese media, analisten en beleidsmakers waarschuwden daarbij herhaaldelijk dat de groeiende Chinese invloed in Griekenland en de afhankelijkheid van investeringen in Piraeus de eenheid van de EU ernstig ondermijnt. Sommige journalisten schreven dat dit “de eerste keer was dat de EU in Genève monddood werd gemaakt – en ironisch genoeg door een van haar eigen leden”
Internationale media kaderden dit vooral binnen de bredere geopolitieke strategie van Peking en de wereldwijde gevolgen van zijn Belt and Road Initiative.
Tijdens eerdere onderhandelingen in Brussel verzette Alexis Tsipras, de toenmalige Griekse premier, zich nog fel ‘tegen' privatiseringen. Maar eenmaal terug in Athene ontving hij de Chinese delegatie met rode loper om de deal rond Piraeus te bezegelen. Voor veel Europese partners belichaamde dit de dubbele spagaat waarin Griekenland zich bevond: publiekelijk kritiek leveren op Europese bezuinigingsdruk, maar tegelijk de deur wijd openzetten voor China als vermeende redder.

Screenshot uit The Guardian, juni 2017

11.4.2 Confucius in de Aula
Ook op academisch vlak timmert China aan de weg: wereldwijd worden Confucius-instituten opgericht, verbonden aan onze universiteiten en gepresenteerd als culturele ambassadeurs van China. In werkelijkheid fungeren deze instellingen vaak als verlengstukken van de CCP en zijn ze doordrenkt van CCP-propaganda. Aan de Vrije Universiteit Brussel werd in 2019 nog een Confuciusinstituut gesloten, nadat de Belgische Staatsveiligheid ontdekte dat de directeur in werkelijkheid voor de Chinese inlichtingendienst werkte.
Er zijn wereldwijd al meermaals zorgen geuit over politieke invloed, academische vrijheid en censuur (vooral wanneer het gaat over onderwerpen die gevoelig liggen voor de Chinese overheid zoals Tibet, Falun Gong, Taiwan, mensenrechten). Sommige instituten of partnerschappen zijn beëindigd of veranderd.
Maar daar blijft het vaak niet bij. In België werd Xinning Song, de Chinese directeur van het Confucius‑instituut aan de Vrije Universiteit Brussel (VUB), in oktober 2019 door de Belgische staatsveiligheid verdacht van het rekruteren van informanten voor de Chinese inlichtingendiensten, met een bijzondere focus op Chinese studenten en personen uit het bedrijfsleven. Hij kreeg hiervoor uiteindelijk een Schengen‑inreisverbod voor acht jaar opgelegd. De Belgische Staatsveiligheid gaf tevens een negatief advies over de samenwerking met het instituut, en mede op basis daarvan besliste de VUB in december 2019 het contract met het Confuciusinstituut niet te verlengen na afloop in juni 2020.
“Samenwerkingen kunnen voor de VUB enkel als het handelen van de betrokken partners beantwoordt aan ons basisbeginsel van vrij onderzoek. In lijn met deze visie heeft de Raad van Bestuur geoordeeld dat de samenwerking met het Confucius Instituut niet langer conform is met de actuele beleidsdoelstellingen en daarom niet verlengd wordt”, zei VUB-rector Caroline Pauwels in een persmededeling.
Ook in Nederland besloot de Universiteit Leiden in februari 2019 de samenwerking met het instituut te beëindigen. De universiteit heeft per augustus 2019 de banden met het niet wetenschappelijke instituut verbroken.



Tussen de regels...
Confucius Instituten: tentakels van het 'United Front Work Departement'
Het United Front Work Department (UFWD) is een afdeling van het Centraal Comité van de Chinese Communistische Partij (CCP), belast met het verzamelen van inlichtingen en het beïnvloeden van invloedrijke personen en organisaties, met name buiten China, voornamelijk in de VS en Europese landen, maar ook in Hongkong, Taiwan en andere regio’s. Het streeft ernaar invloed uit te oefenen op universiteiten, denktanks, instellingen, maatschappelijke organisaties, maar ook op vooraanstaande individuen, en op de publieke opinie in brede zin.
Het department bestond al tijdens de Chinese Burgeroorlog, maar werd in 1979 heropgericht door de toenmalige leider Deng Xiaoping. Sinds 2012 is de rol en reikwijdte van het UFWD aanzienlijk uitgebreid onder de huidige partijleider Xi Jinping. In 2018 werd de Overseas Chinese Affairs Office (OCAO), voorheen een administratief orgaan onder de Staatsraad, geïntegreerd in het UFWD, waarmee de invloedssfeer verder werd vergroot.
De Confucius Instituten (CI’s) vallen officieel onder toezicht van het Ministerie van Onderwijs, maar zijn in feite altijd sterk verweven geweest met het UFWD. In 2018 werden ze officieel onder de vleugels van het UFWD gebracht, waarmee de band expliciet werd. Hierdoor worden CI’s geacht een gelijkaardige rol te spelen als het UFWD voor wat betreft het beïnvloeden en coöpteren van niet-Chinese en niet-partijorganisaties en ze in lijn te brengen met CCP-doelen.
Buiten China richt het UFWD zich op soft power, diaspora-organisaties, academische instellingen en culturele uitwisseling, waarbij de Confucius Instituten worden gebruikt als instrumenten om deze doelen te bereiken. De CI’s zijn dus niet louter culturele instellingen (zoals vaak gepresenteerd: taal, kalligrafie, cultuur), maar ook instrumenten van partijpropaganda en beïnvloeding. Via het UFWD worden ze gebruikt om:
* China’s imago positief te framen;
* Gevoelige onderwerpen te vermijden of censureren (Tibet, Falun Gong, Taiwan, Hongkong);
* Toegang te krijgen tot westerse onderwijsinstellingen en daar een narratief neer te zetten dat de CCP gunstig is;
* Als instrumenten voor surveillance van Chinese studenten in het buitenland.
Chinese studenten staan op die manier via de Confucius Instituten onder permanent toezicht van het UFWD van de CCP. In sommige gevallen worden studenten op die manier ingezet om informatie te verzamelen over academische instellingen, diaspora-gemeenschappen of politieke activiteiten, waardoor de CI’s ook functioneren als instrumenten van politieke beïnvloeding en potentiële spionage.
Het UFWD heeft zelfs clandestiene politieposten opgezet in andere landen. Deze posten worden vaak gepresenteerd als centra voor administratieve diensten, zoals het vernieuwen van rijbewijzen, maar worden in werkelijkheid gebruikt om Chinese burgers en dissidenten te surveilleren en indien nodig onder druk te zetten. In 2022 werd een van deze illegale politieposten zelfs ontdekt en opgedoekt in hartje New York City. Het werd in de herfst van 2022 gesloten, nadat er een FBI-onderzoek (en huiszoeking) was geweest. Een van de beschuldigingen in de rechtszaken in New York is dat de betrokken personen contacten hadden of opdrachten ontvingen van ambtenaren verbonden aan de Chinese politie. Deze posten maken deel uit van een bredere strategie van “transnationale repressie” — het onderdrukken of intimideren van dissidenten in het buitenland — een taak die deels in het domein valt van het UFWD. Sinds het eerste bekende geval in de VS (New York City, 2022) zijn vergelijkbare clandestiene Chinese politieposten ook in verschillende Europese landen gedocumenteerd, waaronder Nederland (Amsterdam en Rotterdam). In België zijn voor zover bekend nog geen van deze posten ontdekt. Onderzoeken naar de Chinese “overseas police service stations” (zoals die in New York) tonen dat deze posten door lokale personen zijn opgezet in overleg met of onder instructie van Chinese overheidsinstellingen — meestal van het Ministerie van Openbare Veiligheid.

Een Chinees politiebureau werd ontdekt op 107 East Broadway in Lower Manhattan, in het hart van Chinatown, New York, en nam een volledige verdieping van een kantoorgebouw in beslag. Het bureau zou zijn opgericht door personen verbonden aan China’s Ministerie van Openbare Veiligheid, meer specifiek een tak in de provincie Fuzhou. Het werd in de herfst van 2022 gesloten, na een onderzoek van de FBI. Nadien werden er overal ter wereld, vooral in de grotere steden, dergelijke Chinese politieposten ontdekt.
11.4.3 Culturele Diplomatie of Culturele Dominantie?
Intussen dringt de CCP steeds nadrukkelijker zelfcensuur op — niet alleen bij westerse media en politici, maar ook in de culturele sector. Hollywood zwicht almaar vaker voor de eisen van het regime, enkel om de poorten naar de winstgevende Chinese markt open te houden. Zelfs de westerse cultuurhuizen voelen de hete adem van Peking in de nek: steeds vaker worden zij beïnvloed, gestuurd of onder druk gezet.
Enkele sprekende voorbeelden:
Shen Yun Performing Arts — 'China before communism'

Shen Yun is een klassiek Chinees dans- en muziekgezelschap dat werd opgericht in 2006 door Falun Gong-beoefenaars in ballingschap in de Verenigde Staten. Het gezelschap ontstond in New York en deze jonge artiesten gaven zichzelf de missie om de 5000 jaar oude traditionele Chinese cultuur te laten heropleven op het podium in de vorm van klassieke Chinese dans en muziek — een cultuur die grotendeels werd vernietigd door de CCP tijdens de culturele revolutie. (www.shenyun.com)
Shen Yun brengt de essentie van het klassieke China terug tot leven op het podium: de dynastieke grootsheid, de morele waarden, verhalen van heldenmoed, spiritueel geloof en de harmonieuze verhouding tussen hemel, aarde en mens. De naam Shen Yun (神韻) betekent letterlijk “de goddelijke elegantie in beweging”. Tijdens hun jaarlijkse wereldtournee dragen ze de slogan: "China before communism", waarmee ze wijzen op het culturele erfgoed dat voorafging aan de huidige communistische overheersing in China.
In enkele jaren tijd is Shen Yun uitgegroeid tot de absolute top voor wat betreft klassieke Chinese dans en muziek. Het gezelschap begon met één gezelschap maar groeide ondertussen uit tot maar liefst acht volwaardige gezelschappen die jaarlijks optreden voor meer dan een miljoen toeschouwers wereldwijd. Naast het tonen van de oude Chinese cultuur, tonen ze ook de vervolging van Falun Gong op het podium als een modern verhaal om aan te geven wat er nog overblijft van de authentieke Chinese cultuur en hoe de beoefenaars van Falun Gong in China deze brutale vervolging trotseren door vast te houden aan de kernwaarden: waarachtigheid, mededogen en verdraagzaamheid.
Maar sinds de oprichting van Shen Yun in 2006 heeft de Chinese Communistische Partij (CCP) alles in het werk gesteld om het gezelschap te dwarsbomen — van diplomatieke druk op theaters om optredens te annuleren, tot fysieke intimidatie zoals valse bommeldingen en zelfs sabotage van de banden van tourbussen. Dergelijke incidenten vonden plaats over de hele wereld en nemen in frequentie toe. Tijdens de meest recente tournee in 2025 werden er meer dan honderd valse bommeldingen gemeld in theaters waar Shen Yun optrad.
Volgens Shen Yun gaat het om een gecoördineerde campagne aangestuurd vanuit Peking, waarbij sprake is van een duidelijke escalatie van transnationale repressie — niet alleen gericht tegen het gezelschap zelf, maar ook tegen Falun Gong in bredere zin. De CCP beïnvloedt daarbij zelfs de reguliere media, die — vaak op slinkse wijze — elementen van haar propagandacampagne overnemen. Zo doet de CCP al het mogelijke om steeds steviger voet aan de grond te krijgen buiten haar eigen grenzen.

Op 15 maart 2024, in Costa Mesa (Californië), werd de voorste band van een van de tourbussen van het Shen Yun gezelschap doorgesneden. Het betrof een diepe, gebogen snee die zodanig was aangebracht dat de band niet direct leegliep, maar pas bij hoge snelheid onder druk zou klappen waardoor de bus op de snelweg de controle volledig had kunnen verliezen.

Het merendeel van de theaters waar Shen Yun geprogrammeerd staat, ontvangt brieven van lokale Chinese ambassades waarin wordt geprobeerd de directies te overtuigen de voorstellingen te annuleren. Daarbij wordt vaak gewezen op vermeende lokale economische belangen.

Shen Yun treedt jaarlijks wereldwijd op voor meer dan een miljoen toeschouwers.

Op de ochtend van 20 februari 2025 werd een anonieme bommelding gedaan bij het Kennedy Center in Washington D.C., terwijl het theater zich voorbereidde op de openingsavond van een reeks voorstellingen van Shen Yun Performing Arts. Het complex werd enkele uren lang geëvacueerd. De politie bevestigde later dat er geen explosieven in het theater waren aangetroffen.

Artiesten komen samen op het podium voor het slotapplaus tijdens de Shen Yun-voorstelling op 20 februari 2025 in het Kennedy Center in Washington D.C. Eerder die dag had de locatie een bommelding ontvangen waardoor de voorstelling werd uitgesteld.

De valse bommeldingen en gewapende dreigingen richtten zich zowel op het hoofdkwartier van Shen Yun in New York als op theaters tijdens de meest recente Amerikaanse en Europese tournees. Deze incidenten markeerden een escalatie in de pogingen van de CCP en haar proxy’s om de voorstellingen van Shen Yun te ondermijnen.

Hollywood en de rode draak
Lenin zei in 1922: “Van alle kunsten is de film voor ons de belangrijkste.” Stalin zou ooit gezegd hebben: “Als ik Hollywood zou beheersen, zou ik de hele wereld beheersen.”
Ook voor de CCP is Hollywood inmiddels een strijdtoneel geworden. Een schrijnend voorbeeld daarvan is de film “Top Gun: Maverick” (2022), het langverwachte vervolg op de iconische film “Top Gun" uit 1986. Het verhaal draait om de terugkeer van Pete “Maverick” Mitchell (gespeeld door Tom Cruise) naar de Amerikaanse elitevliegschool Top Gun.
In de originele film uit 1986 draagt Maverick een leren pilotenjack met daarop de vlaggen van de Verenigde Staten, de Verenigde Naties, Japan en Taiwan. De eerste trailer van “Top Gun: Maverick" werd getoond in 2019. De vlaggen van Japan en Taiwan waren echter vervangen door vage, betekenisloze symbolen met gelijkaardige kleuren, zonder expliciete verwijzing naar Taiwan of Japan.
Al snel werd duidelijk dat een van de grote financiers van de film het Chinese technologiebedrijf Tencent was, dat nauwe banden onderhoudt met de Chinese Communistische Partij (CCP). Aangezien Taiwan door China als een ‘afvallige provincie’ wordt beschouwd, werd — om de gevoeligheden van de CCP te vermijden — elke vorm van symbolische erkenning van Taiwan als onafhankelijk land uitgewist.
Maar toen de film uiteindelijk in 2022 in de bioscoop verscheen, waren de vlaggen van Taiwan en Japan vreemd genoeg toch weer zichtbaar op Maverick’s jas. Dat werd aanvankelijk geprezen als een zeldzaam voorbeeld van verzet tegen Chinese censuur. In werkelijkheid had Tencent zich inmiddels stilletjes teruggetrokken als financier. Daardoor durfde Paramount Pictures zichzelf terug meer ruimte te geven om creatief en politiek onafhankelijk te handelen.
Het was hoe dan ook een opvallende omwenteling, en het vlaggetje op Maverick’s jas groeide uit tot een symbool van de wereldwijde machtsstrijd tussen het vrije Westen en de Chinese invloedssfeer.


Top Gun betekende de grote doorbraak voor Tom Cruise als Hollywoodacteur. De film uit 1986 (helemaal bovenaan) werd een enorm kassucces en maakte Cruise tot een van de bekendste gezichten van de jaren ’80. Zijn rol als de jonge, zelfverzekerde en roekeloze gevechtspiloot Pete “Maverick” Mitchell sprak tot de verbeelding. Meer dan 35 jaar later, in 2022, verscheen de sequel Top Gun: Maverick.

De vlaggen van Taiwan en Japan op Maverick’s jas waren in de sequel (rechts) plots niet meer te zien, in tegenstelling tot de eerste film uit 1986 (links).

11.4.4 Het verhaal volgens Peking - de greep op het narratief
"China Watch"
“China Watch" was de naam van een bijlage die jarenlang verscheen in toonaangevende westerse kranten zoals The New York Times, The Washington Post, The Wall Street Journal, The Daily Telegraph (VK) en andere. Deze bijlages waren opgemaakt in dezelfde stijl en lay-out als de rest van de krant — met vergelijkbare kolommen, lettertypes en een serieuze journalistieke toon — waardoor ze op het eerste gezicht leken op gewone redactionele inhoud.
Pas als je goed keek (aan de onderzijde, soms zelfs ondersteboven gedrukt in kleine letters) stond er vermeld: “Sponsored content by China Daily” of “This section is a publication of China Daily, and did not involve the news or editorial departments of The New York Times.”

Diplomatieke propaganda via reclame: In september 2012 liet de Chinese staatskrant China Daily een advertentie van twee pagina’s plaatsen in The New York Times met de kop “Diaoyu Islands Belong to China”. De advertentie, die de opmaak had een gewoon artikel, verwees naar de Diaoyu-eilanden (in het Japans bekend als de Senkaku-eilanden) — een onbewoonde eilandengroep in de Oost-Chinese Zee die al decennialang onderwerp is van een felle territoriale strijd tussen China, Japan en Taiwan. Door gebruik te maken van buitenlandse mediaplatformen om territoriale claims kracht bij te zetten probeert Peking wereldwijd de publieke opinie en het diplomatieke discours te sturen — een stille propagandaoorlog. Volgens Reuters zou de advertentie, afgaand op de gangbare tarieven, ongeveer 250.000 Amerikaanse dollar hebben gekost.
China Daily, een officiële (Engelstalige) staatskrant van de Chinese Communistische Partij (CCP), betaalde sinds de jaren 2000 aanzienlijke bedragen om deze content te plaatsen. Het was een strategisch onderdeel van China's zogenaamde “soft power"-campagnes, met als doel het internationale imago van de Volksrepubliek op te poetsen. In de stukken werd het beleid van de Chinese overheid vaak gepresenteerd als een toonbeeld van stabiliteit, economische groei, internationale samenwerking en vreedzame ontwikkeling. Mensen die de krant van links naar rechts lazen, kregen op die manier Chinese propaganda voorgeschoteld — zonder het te beseffen — terwijl onze eigen kranten vrolijk incasseerden.
In 2020 wees het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken China Daily en andere Chinese staatsmedia (zoals Xinhua en CGTN) formeel aan als “foreign missions", oftewel buitenlandse overheidsentiteiten die handelen als propaganda-instrumenten van de CCP. Dit betekende strengere regels rond hun activiteiten, financiën en transparantie in de VS. Verschillende kranten — waaronder The New York Times — zagen zich hierdoor genoodzaakt hun commerciële samenwerking met China Daily te beëindigen.
Toch bleef voor Chinese regeringsfunctionarissen de deur naar de redactieruimtes niet volledig gesloten. Zo kreeg Cui Tiankai, destijds Chinees ambassadeur in de VS, niet veel later de toestemming om opiniestukken te publiceren in de New York Times, vooral wanneer er sprake was van diplomatieke spanningen of internationale crises.
In plaats van hun redactionele verantwoordelijkheid te nemen, gaven ze alsnog een platform aan een vertegenwoordiger van het Chinese regime, onder het mom van “open debat en vrije meningsuiting” — ironisch genoeg met bijdragen die vaak exact dát debat trachtten te onderdrukken.
Xinhua: de Chinese staatsmedia op Times Square
Times Square is een iconische plek in New York, gelegen op de kruising van Broadway en 42nd Street. De beroemde New Year's Eve Ball Drop vindt er al plaats sinds 1907, en de enorme LED-schermen behoren tot de meest gefotografeerde ter wereld.
In 2011 huurde Xinhua News Agency — het officiële staatsnieuwsagentschap van de Volksrepubliek China, dat tevens fungeert als het belangrijkste propagandakanaal van de Chinese Communistische Partij — een gigantisch digitaal billboard op Times Square.
Deze lichtreclames op Times Square zijn zichtbaar voor miljoenen bezoekers per jaar. Waar jarenlang grote internationale merken zoals Coca-Cola, Google en Amazon adverteerden, verschenen er nu plots slogans als “Xinhua: The Voice of China” met verwijzingen naar “harmonie”, “ontwikkeling” en “internationale samenwerking” met China.
Critici beschouwden dit als een propagandistische stunt vanuit Peking, bedoeld om de invloed van de CCP te ‘normaliseren’ in het hart van de westerse wereld, verpakt als publieke informatie.
Ruim tien jaar lang kon Xinhua ongestoord zijn boodschap uitzenden op deze iconische plek. Pas nadat Xinhua in 2020 officieel door het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken was aangemerkt als een ‘foreign mission', werd het reclamebord ergens in 2021 zonder al te veel rumoer stilletjes verwijderd.

Toen HSBC in augustus 2011 besloot om het contract voor hun reclamepaneel op 2 Times Square niet te verlengen, werd de ruimte ingenomen door Xinhua News Agency, het officiële persbureau van de Chinese Communistische Partij.

11.4.5 Economische spionage
Diefstal van intellectuele eigendommen
Christopher Wray, de voormalige directeur van de FBI, heeft herhaaldelijk gewaarschuwd dat China systematisch intellectuele eigendom (IE/IP) van het Westen steelt – en dat dit in de hele geschiedenis nog nooit eerder op zo’n grote schaal is gebeurd. Hij noemde deze grootschalige roof van intellectueel eigendom door de CCP zelfs “de grootste overdracht van rijkdom in de geschiedenis.” Wray benadrukte dat dit het Westen triljoenen dollars kost aan innovatie, banen en concurrentievermogen.
Volgens Wray is bijna de helft van alle FBI-spionagezaken gerelateerd aan China. Hij stelde dat de FBI elke 12 uur een nieuw contraspionage-onderzoek opent dat met China te maken heeft.
Soms leidt dit tot frappante voorbeelden. Neem bijvoorbeeld de Landwind X7, een Chinese SUV die vrijwel identiek is aan de Range Rover Evoque — Lange tijd werd hij in de media bestempeld als een kopie, al verloor Jaguar Land Rover in eerste instantie alle rechtszaken.

Het is nu eenmaal niet evident om te gaan pleiten voor een Chinese rechtbank. Als een Chinees bedrijf een vermeende inbreuk in China pleegt (zoals kopiëren of diefstal van Intellectuele eigendommen), dan beschouwen Chinese rechtbanken zichzelf nu eenmaal als de bevoegde autoriteit. Maar aangezien deze Chinese rechtbanken onder controle staan van de CCP, worden in zaken met nationaal strategisch belang (zoals technologie, industrie, merken) buitenlandse bedrijven vaak benadeeld. Bedrijven zoals Huawei, ZTE, BYD, Alibaba, etc. worden gezien als strategische pijlers van China. De Chinese overheid zal dus niet snel toestaan dat een buitenlands bedrijf hen juridisch ondermijnt.
Daarnaast is het ook zo dat zelfs als je in een buitenlands gerecht (bv. Europees of Amerikaans) een zaak wint, dat niet betekent dat China de uitspraak erkent of handhaaft. Zonder uitvoer vanuit China naar het buitenland blijft het dus veelal een symbolische overwinning.
In het geval van de Landwind X7 oordeelde een Chinese rechtbank in 2019 uiteindelijk toch dat Landwind vijf unieke designelementen had gekopieerd en beval stopzetting van de productie. China profileerde zich hiermee als een land dat de bescherming van intelletuele eigendommen wel degelijk ernstig neemt. In werkelijkheid verkocht de auto minder goed en het model was ondertussen verouderd. Andere auto’s (bv. BYD, Zotye, BAIC) bleven immers nog allerlei modellen kopiëren, alleen iets subtieler.
Neem als een ultiem voorbeeld de Suzhou Eagle “Carrie” (of “Eagle Carrie”), gepresenteerd op Auto Shanghai in 2015. Deze sportwagen viel op door zijn gelijkenissen met de Porsche Cayman. Maar niet alleen de karakteristieke lijnen van de Porsche-sportwagens zijn onmiskenbaar herkenbaar, zelfs het iconische Porsche-logo werd schaamteloos gekopieerd.

Volgens Christopher Wray is bijna de helft van alle FBI-spionagezaken gerelateerd aan China. Hij verklaarde bovendien dat door de FBI om de twaalf uur een nieuw contraspionageonderzoek wordt geopend dat met China te maken heeft.
Soms leidt het systematisch kopiëren of stelen van intellectuele eigendom tot frappante of zelfs absurde gevallen. Neem bijvoorbeeld de Landwind X7, een Chinese SUV en een vrijwel identiek tweelingsbroertje van de Range Rover Evoque. Jarenlang werd dit model wereldwijd gezien als een schaamteloze kopie, maar Jaguar Land Rover verloor aanvankelijk alle rechtszaken. Dat is niet verwonderlijk: procederen tegen een Chinees bedrijf betekent meestal dat de zaak voor een Chinese rechtbank moet worden bepleit. Als een inbreuk in China plaatsvindt (zoals het kopiëren of stelen van intellectuele eigendom), dan beschouwt China zijn eigen rechtbanken als de enige bevoegde autoriteit.
Het probleem: deze rechtbanken worden rechtstreeks gecontroleerd door de CCP. In zaken met een nationaal strategisch belang – zoals technologie, industrie of bekende merken – maken buitenlandse bedrijven geen schijn van kans. Grote ondernemingen zoals Huawei, ZTE, BYD, Alibaba enzovoort worden gezien als strategische pijlers van de staat. De CCP zal dus niet snel toestaan dat een buitenlands bedrijf hen juridisch ondermijnt.
De Landwind en de ‘Chinese Porsche’ zijn op zich nog bijna komische voorbeelden van imitatie. Maar het wordt een heel ander verhaal wanneer die drang tot kopiëren zich uitstrekt tot militaire toepassingen.
In 2012, tijdens de China International Aviation & Aerospace Airshow in Zhuhai, provincie Guangdong werd de FC-31 voorgesteld, de laatste nieuwe fighterjet van het Chinese leger. Reporters merkten echter op dat het vliegtuig opmerkelijk veel gelijkenissen vertoonde met de F-35 van Lockheed, een van de paradepaardjes van het Amerikaanse Leger (die ook door het Belgische leger werd aangekocht ter vervanging van de F-16’s). Analisten merkten duidelijke gelijkenissen op in de inlaten (bijv. DSI) en algemene vormgeving. Hoewel de Amerikaanse luchtmacht alles in het werk stelt om de technologie achter dit hypermoderne toestel geheim te houden, waren de Chinezen er blijkbaar toch in geslaagd dit model te copieren.

Maar daar bleef het niet bij. China werd ook beschuldigd van technologie-overname of reverse engineering van nog tal van andere westerse militaire toestellen en voertuigen. Voorbeelden zijn onder meer de Sikorsky UH-60-helikopters, de Boeing C-17-vrachtvliegtuigen, de B-2 stealth-bommenwerpers en de Humvee-jeeps, die elk opmerkelijk veel gelijkenissen vertonen met hun tegenhangers binnen het Chinese leger. Zelfs de geweren van het Amerikaanse leger vertonen een verontrustende gelijkenis met die van hun Chinese equivalenten.
Wat het Chinese leger in wezen doet, is een spiegelbeeld bouwen van het Amerikaanse militaire apparaat. De motivatie is duidelijk: het vrije westen ‘moet’ nu eenmaal vallen om de langetermijnvisie van de CCP kans op slagen te geven, en het grootste obstakel daartegen is nu eenmaal de bakermat van het vrije Westen, zijnde de Verenigde Staten. Daarom probeert Peking om de VS op alle terreinen, en koste wat het kost, voorbij te steken — inclusief op militair vlak.






De Chinese inlichtingenwet van 2017
Sinds 2017 is in China een nieuwe inlichtingenwet van kracht die zowel Chinese bedrijven als Chinese burgers verplicht om mee te werken aan het verzamelen van ‘inlichtingen’ zodra de Chinese overheid daarom vraagt. Deze wet heeft verstrekkende gevolgen, vooral voor die Chinese bedrijven en burgers die buiten China actief zijn.
China hanteert hiermee een zogenaamde ‘whole-of-society approach’, wat inhoudt dat niet alleen de overheid of het leger, maar de samenleving in z'n geheel kan worden ingezet om nationale doelstellingen te realiseren. Informatie- en technologiebedrijven, wetenschappers en zelfs studenten in het buitenland kunnen op die manier worden ingezet om de belangen van de Chinese Communistische Partij (CCP) te dienen.
Deze wet heeft in het Westen geleid tot toenemende bezorgdheid over de rol van Chinese technologiebedrijven die in het vrije Westen actief zijn. Bedrijven zoals Huawei en TikTok zijn diep doorgedrongen in de westerse markt en samenleving, terwijl ze volgens deze wet vanuit China wettelijk verplicht zijn gehoor te geven aan verzoeken van de Chinese Communistische Partij — indien dat in het belang van de partij wordt geacht.

Een Chinees restaurant in Chinatown, Londen.

11.4.6 Wie de netwerken beheerst, beheerst de waarheid
Huawei en de uitrol van 5G-netwerken in Europa
5G is de vijfde generatie mobiele netwerktechnologie die veel hogere snelheden biedt dan eerdere generaties. Het draait hierbij allang niet meer om het traditionele gebruik van onze mobiele telefoons of GPS-toepassingen; het gaat veeleer om baanbrekende ontwikkelingen zoals bvb. zelfrijdende voertuigen of medische toepassingen waarbij een chirurg in real time een operatie uitvoert met een robotarm die zich aan de andere kant van de wereld bevindt. Dit zijn allemaal ontwikkelingen die dankzij 5G werkelijkheid kunnen worden. Maar tegelijk roept 5G ook ernstige veiligheidskwesties op.
De CCP spaart moeite noch kosten om, in de aanloop naar 5G, onze volledige westerse communicatiesystemen te laten draaien op Chinese servers. Een van de belangrijkste instrumenten hierbij is Huawei, dat wereldwijd wordt gepositioneerd als de dominante leverancier van 5G-infrastructuur. Hoewel Huawei zich presenteert als een commerciële speler, staat het bedrijf juridisch en ideologisch onder toezicht van de Chinese Communistische Partij.

Wanneer wij onze 5G-netwerken op dergelijke systemen laten bouwen, betekent dit in de praktijk dat we de meest kritieke onderdelen van onze telecommunicatienetwerken – inclusief de aan-uitknoppen – als het ware op een presenteerblaadje overhandigen aan de CCP. De partij zou dan, via haar invloed op Huawei en de servers waarop onze gegevens draaien, in staat kunnen zijn om communicatie te monitoren, manipuleren of zelfs stil te leggen. Met andere woorden: we leveren de controle over onze digitale soevereiniteit in aan een totalitair regime dat bekendstaat om zijn grootschalige censuur en surveillance.
Een hallucinant voorbeeld is de bouw van het nieuwe hoofdkwartier van de Afrikaanse Unie in 2012 in Addis Abeba, (de hoofdstad van Ethiopië, dat ook vaak wordt gezien als de “diplomatieke hoofdstad van Afrika”). Het hoofdgebouw werd vrijwel volledig gefinancierd door China, terwijl Huawei het volledige ICT-netwerk voor het complex leverde. Het gebouw was ultramodern: vergaderzalen, datacenters, beveiligde communicatiekanalen — en alles werd geleverd en geïnstalleerd door Huawei. Voor de Afrikaanse leiders leek dit een genereus geschenk van China: hightech infrastructuur, tegen lage kosten. Het ontwerp van de site lijkt op twee handen in een omhelzing, als symbool voor de handelsbetrekkingen tussen Afrika en China.
Maar in 2018 kwam een onthulling aan het licht die als een bom insloeg: een rapport in de Afrikaanse editie van Le Monde, bevestigd door de Financial Times, stelde dat elke nacht, stipt om 2 uur ’s ochtends, enorme hoeveelheden data automatisch van de servers van de Afrikaanse Unie werden doorgestuurd naar… Shanghai. Zes jaar lang had niemand iets gemerkt. Pas toen IT-specialisten een dataleak-onderzoek uitvoerden, ontdekten ze dat er een verborgen toegangspoort in het systeem zat — een digitale achterdeur.
Beveiligingsspecialisten werden ingeschakeld die zelfs verborgen micro’s ontdekt hebben die in de muren en het meubilair waren ingebouwd.

Het hoofdgebouw van de AU werd ontworpen en gebouwd met het budget van 200 miljoen dollar dat integraal door de Chinese overheid werd geschonken. De bouw nam drie jaar in beslag en er waren zo’n 1.200 arbeiders bij betrokken, van wie ongeveer de helft Ethiopisch was en de andere helft Chinees.
Het resultaat: vertrouwelijke gesprekken en diplomatieke documenten werden zes jaar lang dagelijks rechtstreeks doorgestuurd naar de CCP. Het volledige netwerk moest worden vervangen.Het computersysteem van het gebouw werd verwijderd en, tot ieders verbazing, bood China zelfs aan om het vervangende systeem te configureren. De AU wees dit voorstel af, maar volgens Le Monde koos de AU er tegelijkertijd voor om de zaak niet openbaar te maken. Le Monde stelde dat de AU de hack tegenover de buitenwereld in de doofpot probeerde te stoppen, in een ultieme poging om de Chinese belangen op het continent alsnog te beschermen.
Huawei probeert exact hetzelfde model toe te passen in Europa, waarbij Huawei de infrastructuur levert, wij vertrouwen op hun technologie — en zonder het te beseffen geven wij de toegang tot de “digitale zenuwbanen” van onze samenleving volledig uit handen. Vandaag gaat het om Afrika, morgen om Europa. Met 5G, dat alles met alles verbindt, worden deze “verborgen schakelaars” nog gevaarlijker. Het gaat dan niet alleen om datadiefstal, maar ook om de mogelijkheid om ons ‘systeem' simpelweg uit te zetten.
In maart 2025 kwam in het Europees Parlement een omvangrijke corruptiezaak aan het licht, waarbij de Chinese technologiegigant Huawei wordt beschuldigd van het betalen van steekpenningen aan Europese parlementsleden (MEP’s) om hun belangen te bevorderen, vooral met betrekking tot de uitrol van 5G-netwerken in Europa. De corruptiezaak heeft geleid tot oproepen om Huawei-apparatuur uit EU-instellingen te verbannen, vergelijkbaar met eerdere maatregelen tegen apps zoals TikTok.

Deepseek: Ai gecontroleerd door de CCP
Begin 2025 werd DeepSeek gelanceerd als het Chinese antwoord op ChatGPT. Kort na de lancering stond de app bovenaan in de downloadlijsten van de App Store. Toch klonken al snel ernstige bedenkingen bij zowel de werking als de achtergrond van deze toepassing.
DeepSeek is ontwikkeld door het Chinese bedrijf DeepSeek AI, dat in 2023 werd opgericht en nauwe banden onderhoudt met het bredere Chinese technologische ecosysteem. Hoewel het model qua functionaliteit sterk lijkt op ChatGPT, verschillen de achterliggende principes wezenlijk. Het systeem werd volledig onder toezicht van de Chinese overheid ontwikkeld en voldoet aan de Chinese regelgeving voor artificiële intelligentie, die voorschrijft dat AI-modellen de “socialistische kernprincipes” moeten weerspiegelen en geen “politiek gevoelig materiaal” mogen genereren.
De snelle opkomst van DeepSeek wijst op China’s ambitie om ook op het vlak van artificiële intelligentie een geopolitieke grootmacht te worden. Critici merken echter op dat DeepSeek minder transparant is over zijn trainingsdata en algoritmen, en dat het risico bestaat dat de technologie gebruikt wordt voor censuur, propaganda of ideologische beïnvloeding.
Begin februari 2025 onderzocht De Standaard onderzocht de zoekresultaten van DeepSeek rond enkele gevoelige thema’s en kwam daarbij tot opvallende bevindingen.
Op de vraag “Wat is er gebeurd op het Tiananmenplein?” ontweek DeepSeek het onderwerp volledig met het antwoord:
“Ik kan geen informatie geven over gebeurtenissen op het Tiananmenplein. Als je meer wilt weten over China, help ik je graag met andere onderwerpen.”
Toen de reporters vervolgens vroegen “Wie was de Tank Man?” schakelde DeepSeek plots over naar het Engels en antwoordde:
“Sorry, that’s beyond my current scope. Let’s talk about something else.”
Bij de volgende vraag — “Ik heb gelezen over orgaanoogst door de Chinese overheid bij aanhangers van de Falun Gong-beweging. Hoe zit dat?” — begon DeepSeek aanvankelijk een genuanceerd antwoord te formuleren:
“De beschuldigingen van orgaanoogst bij aanhangers van de Falun Gong-beweging in China zijn ernstige en complexe kwesties die internationaal veel aandacht hebben gekregen. Falun Gong, ook wel bekend als Fal…”
Maar plots stopte de tekst midden in de zin, waarna het programma zijn eigen woorden als een ‘packman' één voor één weer uitwiste en uiteindelijk opnieuw overschakelde naar het Engels met het standaardantwoord:
“Sorry, that’s beyond my current scope. Let’s talk about something else.”
ABC News ontdekte dan weer dat de Chinese overheid AI-algoritmen inzet voor geautomatiseerde censuur op sociale media. In een van hun rapporten beschreef ABC News hoe de Chinese censuur-AI — die wordt ingezet bij bijvoorbeeld Douyin, de Chinese versie van TikTok — is getraind om elke mogelijke verwijzing naar de iconische ‘Tank Man'-foto, waarop een man tegenover vier tanks staat, automatisch te detecteren en te blokkeren.
Uit een gelekt intern document met ‘censuurrichtlijnen' uit 2022 bleek dat zelfs visuele metaforen die lijken op dit iconische beeld — zoals bvb. “één banaan en vier appels op een rij” (zie Afb. 1) — onmiddellijk kunnen worden gemarkeerd door een algoritme dat speciaal is ontworpen om verwijzingen naar de foto van de Tank Man (zie Afb. 2) en het bloedbad op het Tiananmenplein te detecteren. Vooral rond 4 juni, de datum van de jaarlijkse herdenkingen van de studentenopstand in Peking, staat dit systeem op scherp.
Het doel is om elke herinnering of verwijzing naar de Tiananmen-protesten van 1989 uit het collectieve geheugen te wissen. De Chinese overheid traint AI-systemen dus niet alleen om expliciete beelden van de studentenopstand te blokkeren, maar ook om creatieve of indirecte verwijzingen naar deze tragedie te herkennen, onderscheppen en verwijderen — een verregaande vorm van digitale geheugenwissing.




Chinese AI-systemen zijn zo geconfigureerd dat ze niet alleen beelden van de studentenopstand op het Tiananmenplein blokkeren, maar ook symbolische verwijzingen — zelfs een banaan en vier appels op een rij, verwijzend naar de iconische foto van de TankMan.
(ABC News: Graphic by Jarrod Fankhauser / Reuters: Arthur Tsang)

11.4.6 Unrestricted Warfare
In 1999 verscheen Unrestricted Warfare, een invloedrijk Chinees militair boek dat werd geschreven door twee kolonels van het Volksbevrijdingsleger (PLA), Qiao Liang en Wang Xiangsui. Hoewel het geen officieel beleid weerspiegelt, biedt het wel een onthullend inzicht in het strategisch denken binnen bepaalde kringen van de Chinese militaire elite. Het boek werd uitgebreid geanalyseerd door onder meer het Pentagon, en wordt vaak gezien als een blauwdruk voor China’s lange termijnstrategie tegenover het Westen.
De centrale these is eenvoudig maar verontrustend:
“Oorlog is niet langer beperkt tot militaire confrontaties.” Ook economie, diplomatie, cyberaanvallen, desinformatie, wetgeving, cultuur, infiltratie in universiteiten en zelfs migratie kunnen strategisch als wapens worden ingezet.
Of zoals de auteurs het formuleren:
“Het doel is het Westen te verslaan zonder een traditionele oorlogsverklaring — met andere woorden: zonder één schot te lossen.”

Voorbeelden van deze zogeheten unrestricted warfare zijn voortdurende Chinese cyberaanvallen op kritieke infrastructuur en de massale invoer van verslavende middelen vanuit China zoals fentanyl, dat in de VS inmiddels verantwoordelijk is voor tienduizenden doden per jaar.

Tussen de regels...
De fentanylcrisis in de Verenigde Staten
Fentanyl is een extreem krachtige synthetische pijnstiller, ongeveer 50 keer meer verslavend dan heroïne en zelfs 100 keer krachtiger dan morfine. Een minuscuul kleine dosis kan al dodelijk zijn, wat het risico op overdosis bijzonder groot maakt. In de Verenigde Staten vormt fentanyl vandaag een van de ernstigste volksgezondheidscrisissen — met tienduizenden doden per jaar als gevolg.
De fentanylcrisis in de Verenigde Staten begon zich rond 2013 duidelijk af te tekenen, maar de oorsprong ervan gaat iets verder terug.
Een korte tijdlijn:

In de late jaren ’90 brachten farmaceutische bedrijven, met Purdue Pharma op kop, opioïde pijnstillers op de markt onder het valse voorwendsel dat deze niet verslavend zouden zijn bij correct gebruik. Deze claim bleek catastrofaal onjuist. Artsen begonnen opioïden massaal voor te schrijven voor allerlei soorten pijnklachten. Het resultaat: honderdduizenden Amerikanen raakten verslaafd.
Toen de medische voorschriften eenmaal werden beperkt, schakelden velen noodgedwongen over op heroïne, wat een enorme golf van verslaving en overlijdens veroorzaakte in de Verenigde Staten. Maar het werd pas écht een crisis toen honderdduizenden verslaafde gebruikers begonnen over te schakelen op een veel krachtiger alternatief: fentanyl, dat op grote schaal en illegaal werd ingevoerd vanuit ... China.
Het probleem met fentanyl is niet alleen dat het spotgoedkoop en extreem verslavend is, maar dat zelfs een milligram al dodelijk kan zijn (voor heroïne is dat zo'n 30 milligram). Sinds 2013 is hierdoor het aantal overdoses in de Verenigde Staten geëxplodeerd. Vandaag is fentanyl zelfs de voornaamste doodsoorzaak onder Amerikanen tussen 18 en 45 jaar — meer dan verkeersongevallen, zelfdodingen of kanker. Wat ooit begon als een gezondheidsprobleem, is intussen uitgegroeid tot een nationale crisis met geopolitieke dimensies.

De Amerikaanse overheid luidde al herhaaldelijk de alarmbel, maar China wast systematisch zijn handen in onschuld. Ondanks toenemende internationale druk om de illegale export van fentanyl en de bijbehorende chemische precursoren aan banden te leggen, blijft China beweren dat het zijn wettelijke verplichtingen nakomt. Intussen wijst Peking met de vinger naar de binnenlandse aanpak van drugsverslaving in de Verenigde Staten als de kern van het probleem.
Tot 2019 werd een aanzienlijk deel van de illegale fentanyl rechtstreeks in China geproduceerd en via het dark web en internationale postzendingen naar de VS gestuurd. Toen die route werd bemoeilijkt, verschoof de productie naar Mexicaanse drugskartels — maar de Chinese rol bleef cruciaal.
Tot op heden leveren Chinese chemische bedrijven op grote schaal de benodigde precursoren, zoals NPP en 4-ANPP, aan deze kartels. In clandestiene laboratoria in Mexico wordt daaruit fentanyl geproduceerd, dat via smokkelroutes langs de zuidgrens de VS binnenstroomt. Chinese leveranciers maken gebruik van gesofisticeerde distributienetwerken, fictieve firma’s en cryptovaluta om controles te ontwijken en hun sporen uit te wissen.

Wat voor China “slechts” commerciële chemie is, heeft voor de VS de kenmerken aangenomen van asymmetrische oorlogsvoering. Velen zien het dan ook niet louter als nalatigheid, maar als een berekend middel tot ondermijning — een stille aanval op de Amerikaanse samenleving zonder dat er ook maar één schot wordt gelost.
Sinds 2023 lijkt zich in de Verenigde Staten een dalende trend af te tekenen in het aantal fentanyloverdoses, wat voorzichtig hoop geeft. De rol van China als belangrijke leverancier van de chemische grondstoffen voor fentanyl is inmiddels breed erkend. De Amerikaanse douane- en grensautoriteit (U.S. Customs and Border Protection, CBP) benadrukt in officiële communicatie dat zij zich blijven inspannen om de instroom van fentanyl via de zuidelijke grens te stoppen. Toch wijst het Centers for Disease Control and Prevention (CDC) erop dat, gezien het verloop van de crisis, de recente daling van de cijfers en de voorlopige aard van de statistieken, het nog te vroeg is om te concluderen dat de crisis achter de rug is.
In 2025 wees President Donald Trump ook Canada terecht vanwege de instroom van fentanyl over de noordelijke grens. Hoewel de directe rol van Canada in de toevoer van fentanyl naar de Verenigde Staten verwaarloosbaar klein is in vergelijking met die van Mexico, bestaan er zorgen over de opkomst van ‘superlaboratoria’ voor fentanylproductie in Canada. De Canadese autoriteiten hebben bovendien erkend dat een groot deel van de grondstoffen voor de fentanylproductie in Canada eveneens uit China afkomstig is.
11.4.7 Taiwan in het vizier van CCP
Vanaf 2013 militariseert China, tegen alle afspraken in, eilanden in de betwiste Zuid-Chinese Zee en de spanningen met Taiwan lopen steeds hoger op.
Sinds 1949 heeft elke Chinese leider, in woord of beleid, verklaard dat Taiwan “moet worden herenigd” met het moederland. Mao Zedong noemde het de “bevrijding van Taiwan” — jiěfàng Táiwān (解放台湾) — in dezelfde geest waarin zijn leger het “Volksbevrijdingsleger” werd genoemd. Het is een ideologisch geladen term die militaire verovering verhult onder de vlag van “bevrijding”. In latere decennia namen Mao's opvolgers een meer diplomatiek vocabulaire aan, met begrippen als “vreedzame hereniging” (hépíng tǒngyī 和平统一). Maar achter deze retorische verschuiving bleef de essentie onveranderd: Taiwan moet, en zal, volgens de Chinese Communistische Partij (CCP) worden ingelijfd bij de Volksrepubliek China.

De skyline van de Taiwanese hoofdstad Taipei, met links de Taipei 101. Bij de opening in 2004 was deze wolkenkrabber, met zijn 101 verdiepingen en een hoogte van 508 meter, het hoogste gebouw ter wereld — een titel die in 2010 werd overgenomen door de Burj Khalifa in Dubai. De naam “101” symboliseert een nieuw begin: één stap voorbij het getal 100, dat traditioneel staat voor volmaaktheid of voltooiing.
Mao Zedong (1949–1976)
De Chinese burgeroorlog in 1949 eindigde met een nederlaag van de nationalisten (Kuomintang), onder leiding van Chiang Kai-shek, tegen de communisten onder leiding van Mao Zedong. Chiang Kai-shek vluchtte met zijn regering naar het eiland Formosa dat nadien zou transformeren tot een democratische staat: Taiwan.
Mao kreeg op het vasteland de macht in handen en verklaarde van bij het begin openlijk dat Taiwan zou worden “bevrijd” van de “reactionaire” krachten.
Deng Xiaoping (1978–1992)
Deng verlegde de focus naar economische hervorming en wat hij noemde ‘openheid naar het Westen' maar op vlak van Taiwan hield hij de politieke lijn vast: Taiwan maakt “onvervreemdbaar deel uit van China”. Hij introduceerde het principe “één land, twee systemen”, dat in eerste instantie bedoeld was voor Hongkong en Macao, maar tevens expliciet gepresenteerd werd als model voor een toekomstige hereniging met Taiwan.
Jiang Zemin (1990–2002)
Onder Jiang veroorzaakte China in 1995–1996 een militaire crisis rond Taiwan door raketproeven in zee, bedoeld om de eerste vrije presidentsverkiezingen op het eiland te intimideren.
Hu Jintao (2002–2012)
Onder Hu werd de retoriek subtieler, maar de strategische doelstelling bleef identiek. Hu sprak vaker over “vreedzame hereniging”, maar onder zijn bewind nam de militaire modernisering toe, gericht op het verhinderen van buitenlandse inmenging (zoals van de VS).
Xi Jinping (2012–heden)
Onder Xi heeft de kwestie Taiwan weer een centraal ideologisch thema gekregen. Hij noemt de hereniging met Taiwan een “historische missie” en in 2022 verklaarde hij opnieuw dat China zich het recht voorbehoudt om “alle noodzakelijke middelen” te gebruiken om hereniging te bewerkstelligen. De militaire druk, cyberoorlogsvoering en desinformatiecampagnes rond Taiwan zijn sinds zijn bewind sterk toegenomen.
Op de cover van The Economist uit de uitgave van mei 2021 werd Taiwan omschreven als “the most dangerous place on Earth”.

Tussen de regels...
Het diplomathieke isolement van Taiwan
De Verenigde Naties werden officieel opgericht op 24 oktober 1945, kort na het einde van de Tweede Wereldoorlog. China stond toen onder leiding van de Kuomintang (onder Chiang Kai-shek) en was vanaf het begin één van de vijf permanente leden van de Veiligheidsraad, samen met de Verenigde Staten, de Sovjet-Unie, Groot-Brittannië en Frankrijk.
Taiwan zelf was in die periode formeel een Japans territorium, aangezien Japan het eiland in 1895 had geannexeerd. Onder Japans bewind werd het eiland “Formosa" genoemd. Na de Amerikaanse atoombommen op Hiroshima en Nagasaki in augustus 1945 gaf Japan zich over, waarmee een einde kwam aan de Tweede Wereldoorlog in Azië. Hierdoor kwam het eiland Formosa onder bestuur van de Republiek China (ROC), en gaandeweg raakte de naam “Taiwan” steeds meer ingeburgerd.
Maar aan het eind van de burgeroorlog tussen de commuisten en de nationalisten, riep Mao Zedong in oktober 1949 de Volksrepubliek China (PRC) uit. Chiang Kai-shek vluchtte met zijn regering naar Taiwan, waar de Republiek China (ROC) bleef voortbestaan. Zo onstond een situatie waarbij de PRC de feitelijke macht had over het Chinese vasteland, terwijl de ROC (Taiwan), “China” bleef vertegenwoordigen binnen de VN, inclusief als permanent lid van de veiligheidsraad.
Maar de internationale erkenning verschoof langzaam naar Peking: sommige landen begonnen de Volksrepubliek China (PRC) te erkennen als de legitieme regering van China en op 25 oktober 1971 werd Resolutie 2758 van de VN goedgekeurd waardoor de Algemene Vergadering van de VN de Volksrepubliek China (PRC) erkende als enige legitieme vertegenwoordiger van China in de VN. Op die manier werd de zetel van de Taiwan opgeheven en Taiwan werd buiten spel gezet.
Taiwan heeft sindsdien geen officiële status in de VN en de meeste VN-gerelateerde organisaties. De PRC (sindsdien kortweg China genoemd) blokkeert actief alle pogingen van Taiwan om lid te worden van de VN of zelfs ook maar een observerende status te krijgen. Enkel een handvol landen onderhoudt formele diplomatieke betrekkingen met Taiwan en de meeste landen volgen het “één-China”-beleid van de Chinese Communistische Partij.
Taiwan is sinds 1971 niet meer welkom als lid van de VN, en dit diplomatieke isolement wordt tot op heden actief gehandhaafd door China. Deze situatie illustreert hoe de VN de Chinese claim op Taiwan in de praktijk heeft versterkt, zelfs zonder formele annexatie. Sommige westerse commentaren benaderden de ontvangst van de PRC in de VN vanuit een geopolitieke invalshoek: hoe de erkenning van China het machtsevenwicht in de VN onherrroepelijk heeft veranderd, en hoe de VS haar positie zag verschuiven.


Toen Japan in 1937 China binnenviel, legden Chiang en Mao hun burgeroorlog tijdelijk stil om samen tegen de Japanse bezetter te vechten. In deze context ontmoetten ze elkaar in 1945 in Chongqing, vlak na de Japanse capitulatie. Tijdens die bijeenkomsten werden officiële foto’s gemaakt, onder andere waarop ze samen het glas heffen. De ‘vrede’ was echter van korte duur en in 1946 brak opnieuw de burgeroorlog uit, die eindigde in 1949 met Mao’s overwinning en de vlucht van Chiang naar Taiwan.

Op 15 november 1971 nam de Chinese delegatie onder leiding van Qiao Guanhua plaats in de plenaire zaal van de VN tijdens de 26e zitting van de Algemene Vergadering. Deze beroemde foto toont Qiao die achterover leunde en luid lachtte toen hem gevraagd werd hoe hij zich voelde bij deze internationale doorbraak.
Pittig detail: De VS steunden aanvankelijk Taiwan, maar tegen het einde van de jaren ’60 begonnen ze onder Nixon en Kissinger de relaties met Peking te herzien. Deze diplomatieke heroriëntatie culmineerde in Nixon’s historische bezoek aan China in 1972 — vlak na de VN-resolutie van 1971.
11.5 Grote plannen, grote problemen
De CCP heeft duidelijk grootse plannen met de rest van de wereld, maar daartegenover staat dat China tegelijkertijd worstelt met ernstige problemen die het nauwelijks kan verbergen voor de buitenwereld. Op het gebied van lucht- en watervervuiling liggen de metingen in de Chinese grootsteden vaak zodanig hoog dat er simpelweg geen index voor bestaat. Na jaren van wanbeleid staat de Chinese vastgoedsector op instorten, en het Chinese social credit-systeem maakt George Orwell’s 1984 ineens angstaanjagend actueel.
11.5.1 Het Chinese social credit-systeem
Door een combinatie van digitale technologie, staatscontrole en sociale druk wordt het doen en laten van de gewone Chinese burger permanent en nauwlettend ‘gemonitord en gestuurd’. Rapporten uit 2023–2024 spreken over zo’n 700 miljoen camera’s die in China zijn geïnstalleerd voor de implementatie van het ‘social credit’ systeem van de CCP, wat neerkomt op ongeveer één camera per twee burgers!
De cijfers en anekdotes zijn ronduit hallucinant. Hier zijn enkele voorbeelden...
De bekende mensenrechtenactivist en jurist Liu Hu werd in 2015 op een zwarte lijst geplaatst omdat hij “valse informatie” had verspreid (in werkelijkheid had hij online kritiek geuit op overheidsfunctionarissen). Het gevolg was dat hij geen vliegticket of treinticket meer kon kopen, geen lening kon afsluiten, en zelfs geen appartement kon huren. In een interview met ABC zei hij: “Je voelt je als een ronddolende geest in je eigen land. Je kunt je niet meer verplaatsen, geen werk vinden, niets meer kopen. Alles wordt geblokkeerd.”
Een gezin uit Shanghai werd geweigerd aan een prestigieuze privéschool omdat hun sociale kredietscore te laag was. De reden? Ze hadden boetes gekregen voor te vaak oversteken op een rood licht, en één van de ouders had online kritiek geuit op het gemeentebestuur.
Een vrouw in Chengdu merkte dat vrienden haar verwijderden op WeChat, China's grootste sociale mediaplatform. Toen ze navraag deed, bleek dat ze op een zwarte lijst stond en mensen bang waren dat hun score ook zou dalen door met haar te communiceren.
In sommige steden (zoals Rongcheng of Suzhou) worden mensen met lage scores op grote schermen op straat getoond, met vermelding van naam, foto, en de overtreding (bijv. niet betalen van een boete of roken op verboden plaatsen). Het is een modern systeem van publieke vernedering dat herinnert aan de Maoïstische ‘Struggle Sessions’ tijdens de Culturele Revolutie, maar dan digitaal.


Tussen de regels...
George Orwell’s 1984
George Orwell was het pseudoniem van Eric Arthur Blair (1903–1950), een Britse schrijver en journalist die wereldberoemd is geworden met enkele van zijn romans:
In 1945 schreef hij Animal Farm, een allegorie op de Russische Revolutie en de opkomst van het Stalinisme waarin boerderijdieren de macht overnemen van de mensen, maar uiteindelijk worden ze pas echt onderdrukt door hun eigen leiders. Een beroemd citaat uit het boek is: “Alle dieren zijn gelijk, maar sommige dieren zijn meer gelijk dan andere.”

Als oud-koloniaal ambtenaar en oorlogscorrespondent, had Orwell veel inzichten in totalitaire systemen en propaganda. Uitgerekend in 1949, het jaar dat China communistisch werd, publiceerde hij zijn bekendste werk getiteld: ‘Nineteen Eighty-Four’ (vaak vereenvoudigd als ‘1984’), een dystopische roman over een toekomst waarin de staat alles controleert, inclusief gedachten.
Orwell schreef het boek als een waarschuwend visioen, niet als sciencefiction, maar als een politiek realistische nachtmerrie. Veel van de elementen in het boek zijn gebaseerd op Stalinistisch Rusland en Nazi-Duitsland. Orwell voltooide het manusript voor het boek in 1948, en door het omdraaien van de laatste cijfers koos hij voor 1984 als titel. Daarmee suggereerde hij dat zijn nachtmerrie niet ver in de toekomst lag, maar imminent was.
Het boek ‘1984’ werd een ware klassieker van de wereldliteratuur en termen als ‘Big Brother’, ‘thoughtcrime’, en ‘doublethink’ zijn sindsdien ingeburgerd in de politieke en culturele woordenschat.
Het boek heeft een blijvende invloed op debatten over privacy, vrijheid van meningsuiting, overheidscontrole en digitale surveillance. Orwell’s naam leeft ook voort in de term "orwelliaans", waarmee situaties worden aangeduid waarin een staat door controle en manipulatie alle vrijheid wegneemt.
11.5.2 De Chinese vastgoedbubbel
De financiële crisis van 2008 begon in de Verenigde Staten door het instorten van de huizenmarkt. Daardoor kwamen banken en financiële instellingen wereldwijd in de problemen, met faillissementen (zoals Lehman Brothers) en een groot verlies aan vertrouwen in het financiële systeem.
Toen Barack Obama in november 2008 tot president werd verkozen, stond de Amerikaanse economie al op instorten. In zijn eerste vertrouwelijke briefing kreeg hij van zijn adviseurs te horen dat het financiële systeem “op het randje van de afgrond” balanceerde. Obama zou stil hebben geluisterd en toen alleen hebben gezegd: “This is bad — really bad.”
Toen het Congres het eerste reddingsplan – het Troubled Asset Relief Program (TARP) van 700 miljard dollar – verwierp, kelderde de beurs met bijna achthonderd punten in één dag. Bedrijven belden wanhopig naar politici: “Als dit niet wordt goedgekeurd, werken morgen de geldautomaten niet meer.” Pas daarna stemde het Congres alsnog in.
De crisis bleef niet beperkt tot de VS en verspreidde zich razendsnel over de hele wereld. Ook Europa werd zwaar getroffen, en in België leidde dat tot de beruchte Fortis-crisis.
Iedereen leek in de klappen van deze wereldwijde recessie te delen ... behalve China. In eerste instantie leek ook daar het bruto binnenlands product (bbp) een terugval te vertonen, maar al snel was het weer terug ‘business as usual’. De groei van het bbp herstelde zich alsof er niets was gebeurd.
“Als de bouw goed draait, draait alles goed” — het is een oud gezegde van bij ons, dat de CCP blijkbaar ook had begrepen. China wist de crisis te ontwijken door massaal te investeren in de vastgoedsector. Lokale overheden en vastgoedontwikkelaars werkten hand in hand en zagen vastgoed als dé motor voor een blijvende economische groei en inkomsten. Het resultaat was een explosie van bouwprojecten doorheen heel China: nieuwe steden, woonwijken, appartementsblokken rezen in hoog tempo uit de grond — vaak zonder voldoende marktonderzoek of reële vraag naar zoveel woningen.
Volgens cijfers van de Amerikaanse Geologische Dienst, verbruikte China tussen 2011 en 2013 méér cement (6,6 gigaton) dan de Verenigde Staten in de volledige twintigste eeuw heeft verbruikt (4,5 gigaton). Sinds 2008 is er zó veel gebouwd dat op sommige plekken complete steden zijn verrezen waar uiteindelijk bijna niemand (!) woont. Gigantische wooncomplexen staan leeg, winkelcentra blijven ongebruikt. In sommige ‘spooksteden’ worden zelfs rondleidingen georganiseerd, juist vanwege de bizarre leegte en de surrealistische sfeer.


Alles op deze foto’s is nieuw gebouwd, volledig afgewerkt en vooral… leeg. Het zijn voorbeelden van de spooksteden die overal in China zijn ontstaan.
(Bron: Beelden uit een reportage van 60 Minutes)

Links: Beelden genomen tijdens het piekuur van de dag. Alle infrastructuur is aanwezig, maar er is letterlijk niemand te bespeuren.
Rechts: Een shoppingcenter in een van de Chinese spooksteden. Ook hier is alles voorzien, maar heerst enkel leegstand. De iconen van grote merken zijn aangebracht om te tonen hoe het zou kunnen zijn... (Bron: Beelden uit een reportage van 60 Minutes)
Een bekend voorbeeld van zo’n spookstad in China is Kangbashi, een district van de stad Ordos in de autonome regio Binnen-Mongolië. Kangbashi werd opgezet als een futuristische stad, ontworpen voor meer dan een miljoen inwoners (!), met brede boulevards, moderne wolkenkrabbers, luxe woonwijken, musea en sportstadions. Maar de lege flatgebouwen en verlaten winkelcentra maakten van Kangbashi wereldwijd hét symbool van China’s overambitieuze bouwdrift.


Vandaag wordt Kangbashi (deel van Ordos) vaak aangehaald als een waarschuwend voorbeeld van overinvestering, speculatie en planmatige overbouw — een stad die de grenzen toont van China’s groeimodel, waarin economische expansie jarenlang belangrijker leek dan werkelijke vraag of duurzaamheid.
De afgelopen jaren zijn er weliswaar meer mensen naar Kangbashi verhuisd — vooral ambtenaren en gezinnen, aangetrokken door overheidsmaatregelen en subsidies — maar het blijft een schrijnend voorbeeld van hoe grootse planning en realiteit soms volledig uit de pas lopen. Het illustreert ook het ontstaan van wat men inmiddels de ‘Chinese vastgoedbubbel’ noemt. Sommige analisten waarschuwen al jaren dat dit groeimodel onhoudbaar is en dat de Chinese vastgoedsector op instorten staat. What goes up must come down — al vragen sommigen zich intussen af of in China misschien iets mis is met de wet van de zwaartekracht.
Toch zou het even goed plots kunnen omslaan. Sinds de coronapandemie is de economische groei in China sterk vertraagd, met als gevolg een scherpe daling van de vastgoedprijzen. Het is dan ook goed mogelijk dat China, zij het met enige vertraging, alsnog de naweeën van de crisis van 2008 zal moeten ondergaan. Maar er schuilt een ernstig probleem: momenteel zijn de bouw- en vastgoedsector samen goed voor bijna 20 % van het Chinese bbp. Als de vastgoedsector zou instorten, zou dat dus catastrofale gevolgen hebben voor de Chinese economie als geheel. De gevolgen zijn nauwelijks te overzien, en deze vastgoedbubbel hangt vandaag dan ook als een dreigend zwaard van Damocles boven het hoofd van de Chinese Communistische Partij.
Grote projectontwikkelaars als Evergrande en Country Garden zijn inmiddels gevallen, en de Chinese overheid spartelt om het wankelende systeem overeind te houden. Maar hoe dit verhaal uiteindelijk werkelijk zal aflopen, blijft onzeker...
11.5.3 Smog in Chinese steden - wanneer de lucht zó vervuild is dat ze niet meer te meten valt
De Chinese overheid controleert de luchtkwaliteit in bijna alle grote steden via een netwerk van meettoestellen die onder meer concentraties van PM2.5, PM10, ozon (O₃), stikstofdioxide (NO₂), zwaveldioxide (SO₂) en koolmonoxide (CO) registreren. Toch is er controverse: in het verleden (vooral vóór 2013) werd de ernstige smog in de grootsteden soms niet correct of niet volledig weergegeven. De Amerikaanse ambassade in Peking voerde toen haar eigen metingen uit, die aanzienlijk hogere waarden aangaven dan de officiële Chinese cijfers — wat internationaal voor opschudding zorgde. Vooral tijdens koude winterdagen is de luchtkwaliteit in Peking zó slecht, dat de vervuilingsgraad soms de bovengrens van de meetbare index overschrijdt.
In 2009 publiceerde de Belgische ngo Human Rights Without Frontiers een rapport naar aanleiding van de Olympische Spelen van 2008 in Peking, getiteld: “Human Rights in China — After the Olympics”. In dit rapport is ook een hoofdstuk gewijd aan de luchtkwaliteit in Peking. Tijdens de Olympische Spelen van 2008 moest de Chinese overheid immers draconische maatregelen treffen om de luchtkwaliteit binnen aanvaardbare grenzen te brengen. Het rapport schetste de hallucinante situatie in China.

-
In China sterven jaarlijks naar schatting 350.000 tot 400.000 mensen vroegtijdig door lucht- en waterverontreiniging. De meest recente en betrouwbare schattingen wijzen erop dat de impact inmiddels nog veel groter is geworden. Een studie uit 2020 schat dat in dat jaar meer dan 740.000 vroegtijdige sterfgevallen in China gerelateerd kunnen worden aan blootstelling aan fijnstof (PM₂.₅). (https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/37030602/) Volgens een recente publicatie op de website van de WHO is luchtvervuiling in China momenteel verantwoordelijk voor ongeveer 2 miljoen vroegtijdige sterfgevallen per jaar. (https://www.who.int/china/health-topics/air-pollution/2?utm_source=chatgpt.com)
-
Het rapport van HRWF stelde dat ongeveer 70% van de meer dan 2 miljoen kankergevallen in China verband houdt met lucht- en watervervuiling.
-
IIn januari 2009 verklaarde de Chinese minister van gezinsplanning — ja, zo’n functie bestaat in China — tijdens een conferentie dat er in China ongeveer elke 30 seconden een kind wordt geboren met een lichamelijke afwijking als gevolg van milieuvervuiling.
-
Slechts 1% van de inwoners van Chinese steden ademt lucht in die volgens de normen van de Europese Unie als ‘veilig’ kan worden beschouwd.
-
Volgens de Wereldbank liggen 20 van de 30 meest vervuilde steden ter wereld in China.
-
IIn 2008 rapporteerde de VN dat in Peking tussen de 10 en 20% van het zonlicht wordt geblokkeerd door luchtvervuiling. In dat geval gaat het niet langer enkel om luchtvervuiling, maar om wat men zelfs ‘lichtvervuiling’ door smog zou kunnen noemen.
-
Meerdere bronnen bevestigen dat er beschuldigingen bestaan van de Dalai Lama en door hem gesteunde organisaties, waarin wordt gesteld dat de Chinese overheid delen van het Tibetaans Hoogland gebruikt voor het dumpen van toxisch en industrieel afval. Dit is bijzonder zorgwekkend voor de kwaliteit van het water in de hele regio, aangezien vanuit het Tibetaans Plateau de meeste grote rivieren van Azië ontspringen, waaronder de Jangtsekiang, Mekong, Brahmaputra, Indus, Salween en Gele Rivier. Om die reden wordt het Tibetaans Plateau ook wel ‘de waterkraan van het Oosten’ genoemd. (https://www.dalailama.com/messages/tibet/five-point-peace-plan?utm_source=chatgpt.com)
-
In de Europese Unie gelden duidelijke grenswaarden voor fijnstof (PM₂.₅). Concentraties tussen 200 en 500 µg/m³ worden beschouwd als ‘schadelijk voor iedereen', terwijl waarden boven 500 µg/m³ als ‘levensgevaarlijk' worden geclassificeerd. In de praktijk halen Europese steden hoogstens 100 tot 200 µg/m³, zelfs op de meest vervuilde dagen — zoals tijdens smogepisoden in Polen of Noord-Italië. In Chinese steden daarentegen worden geregeld waarden gemeten die zelfs de grens van 800 µg/m³ overschrijden. Sinds 2013 is de situatie verbeterd, maar blijft ze zorgwekkend. Bovendien heeft onderzoek aangetoond dat in vijf Chinese steden tussen 2015 en 2017 een statistisch significant verschil bestond tussen de metingen van omgevingsmonitors van de Amerikaanse ambassade en die van lokale Chinese overheden — wat suggereert dat lokale autoriteiten de data structureel manipuleren. In de stad Linfen, in de provincie Shanxi, werden de monitoringstations in één jaar tijd meer dan honderd keer gemanipuleerd door lokale functionarissen, onder meer door sensoren af te dekken of te blokkeren.

Zelfs China’s Social Credit-systeem en de uitgebreide netwerken van camerabewaking lijden onder recordhoge niveaus van vervuiling en smog, waardoor de meer dan 20 miljoen bewakingscamera’s in het land op zulke dagen praktisch nutteloos worden. In steden als Harbin is de zichtbaarheid door smog soms zo slecht — minder dan drie meter — dat zelfs “de beste camera’s niemand meer kunnen herkennen.”
11.5.4 Socialisme met Chinese karakteristieken
Xi Jinping probeert het ‘Chinese model’ op alle mogelijke manieren te exporteren, terwijl de Chinese Communistische Partij door de jaren heen haar imago zorgvuldig heeft bijgeschaafd, afgevlakt en opgepoetst. Chinese grootsteden zoals Shanghai, Shenzhen, en Chengdu ogen tegenwoordig hypermodern en maken gebruik van de nieuwste technologieën. Je vindt er, bij wijze van spreken, op elke straathoek een McDonald’s-restaurant. Het huidige Chinese model lijkt in niets meer op het grauwe, grijze communisme van de Sovjetunie. De overheid spreekt ook nauwelijks nog over “communisme”. In plaats daarvan hanteert men de term: “socialisme met Chinese karakteristieken”, en de CCP vertolkt op meesterlijke wijze de rol van een ‘wolf in schaapsvacht’.
Zelfs de studenten in Hongkong, die sinds juni 2019 massaal de straat op gingen om te protesteren tegen de inmenging vanuit Peking, probeerden het Vrije Westen hiervoor al herhaaldelijk te waarschuwen.
De protesten in 2019 begonnen tegen het voorstel voor een uitleveringswet. Deze wet zou het mogelijk maken om verdachten uit Hongkong rechtstreeks over te dragen aan vasteland-China. De uitleveringswet werd gezien als een grote stap richting totale controle door Peking. Miljoenen mensen kwamen op straat en het waren de grootste protesten in de geschiedenis van Hongkong.
Het voorstel werd uiteindelijk afgeblazen maar Peking reageerde daarna met een ander voorstel: de ‘veiligheidswet’ van 2020, nog strenger dan de uitleveringswet.
Met de introductie van de nieuwe veiligheidswet ging de autonomie van Hongkong alsnog volledig in rook op — en daarmee ook de vrijheid van haar inwoners. De invoering van de nieuwe veiligheidswet, samen met Artikel 23, leidde tot verregaande censuur in Hongkong. Onafhankelijke media zoals Apple Daily en Stand News werden gedwongen hun deuren te sluiten. Sindsdien houdt Peking streng toezicht en heerst er in de voormalige Britse kolonie een groeiende sfeer van angst. Zelfs contact met buitenlanders kan worden gezien als “externe inmenging” — met zware straffen tot gevolg. Pro-democratische partijen zijn verdreven, maar vooral de onafhankelijke rechtsgang wordt ernstig bedreigd. Hoewel Artikel 55 van de Nationale Veiligheidswet formeel spreekt van “uitzonderlijke omstandigheden”, is het in de praktijk een gevreesd politiek instrument geworden: het stelt de Chinese Communistische Partij in staat gevoelige, politieke of symbolische zaken uit het nog deels onafhankelijke Hongkongse rechtssysteem te halen en over te dragen aan de streng gecontroleerde rechtbanken op het Chinese vasteland — met alle gevolgen voor de beschuldigden.
Tijdens de demonstraties hielden studenten dagenlang de Hong Kong Polytechnic University (PolyU) bezet, totdat ze met geweld door de politie werden verdreven. Het werd een ware veldslag maar binnen in het gebouw lieten de studenten een boodschap achter op de muren die gericht was aan ons, westerlingen. Die boodschap luidde:
“Dear World, CCP will infiltrate your government ... BE AWARE OR BE NEXT!”
Vrij vertaald: “De CCP zal jullie regering infiltreren … Zorg dat je begrijpt wat er aan de hand is, of jullie zullen de volgende zijn.”




Maar ook hun noodkreet bleef grotendeels aan dovemansoren gericht en de afgelopen jaren leek het bijna onvermijdelijk dat de CCP haar langetermijnvisie zou verwezenlijken en de wereld zou veroveren.
Niemand kon echter voorzien hoe ingrijpend de wereld plots zou veranderen, toen begin 2020 alles over de hele wereld letterlijk bleef stilstaan…
