top of page

Hoofdstuk 6 : Het einde van een eeuwenoud tijdperk

Maar in 1949 veranderde alles. Via Europa en de Sovjetunie vond het communisme zijn weg naar China. Daarmee kwam een abrupt einde aan een eeuwenlange traditie van keizers en dynastieën, en het markeerde een radicaal nieuw tijdperk in de Chinese geschiedenis. Geloof en spiritualiteit maakten plaats voor de doctrine van absoluut atheïsme en materialisme en binnen enkele jaren werd China omgevormd tot een communistische staat. De gevolgen voor het Chinese volk en zijn cultuur zouden diepgaand en verwoestend zijn.

Maar hoe is het zover kunnen komen?

​

Dit is een foto van de laatste Chinese keizer, Puji. In 1908 werd hij de elfde en laatste keizer van de Qing-dynastie. Hij was op dat moment nog maar amper 2 jaar oud. Puji groeide op in de Verboden Stad in Peking en werd voortdurend omringd door zijn keizerlijke entourage, terwijl het land werd bestuurd door zijn raadgevers.

 

De muren waren hoog, het protocol nog hoger. Puyi leefde in een gouden kooi en de wereld buiten de verboden stad was hem volledig onbekend. Stiekem droomde hij ervan die buitenwereld te verkennen. Maar zolang de rituelen voortduurden en de poorten gesloten bleven, bleef ook zijn eigen leven op veilige afstand van de werkelijkheid die zich net buiten de muren van het keizerlijke paleis ontvouwde.

​

Verboden stad Slide 2.jpg

Tussen de regels...

The Last Emperor

In 1987 bracht regisseur Bernardo Bertolucci het levensverhaal van Puyi, de laatste keizer van China, naar het witte doek. De film is grotendeels gebaseerd op 'From Emperor to Citizen', de autobiografie van Puyi. Het originele manuscript werd in de jaren '60 onder supervisie van de Chinese Communistische Partij grondig gereviseerd; ongeveer 160.000 woorden werden geschrapt.

​

De film werd een internationaal succes en won alle negen Oscars waarvoor hij genomineerd was, een unicum. Tot vandaag is het een van de weinige films die dat ooit is gelukt. Opvallend is dat het de eerste westerse productie was die toestemming kreeg om te filmen in de Verboden Stad in Peking. Dat was een diplomatiek hoogstandje; Bertolucci moest jarenlang onderhandelen met de Chinese autoriteiten. Hij speelde erg handig in op de trots van de Chinese overheid en men liet uiteindelijk verrassend veel zien, onder meer de vernedering van Puyi door de Rode Garde.

 

Er werkten zo'n 19.000 figuranten mee aan de film, vaak ging het om Chinese soldaten die in kostuum werden gestoken. De beroemde scène waarin Puyi als kind wordt gekroond, met duizenden knielende hovelingen, werd daadwerkelijk opgenomen in de binnenhoven van de Verboden Stad.

 

Film 2_edited.jpg

Screenshot uit de film ‘The Last Emperor'

vlcsnap-2017-11-15-05h00m05s202.jpg

De sterk verzwakte keizerlijke macht onder het bewind van Puji luidde het einde in van een eeuwenoude traditie van keizers en dynastieën in China. In 1911 kwam officieel een einde aan de Qing-dynastie. Een jaar later, in 1912, werd de Republiek China officieel opgericht en de keizer van China werd een symbolische figuur die nauwelijks nog werkelijk gezag uitoefende.

 

Maar de dynastieke continuïteit, ooit de ruggengraat van het Chinese rijk, werd eigenlijk al veel eerder gebroken. China werd al descennia lang sterk onder druk gezet door de invloed van Europese imperialistische mogendheden en het land belandde in een tijdperk van politieke onzekerheid en versnippering.

 

Al vanaf de Opiumoorlogen, die begonnen in 1839, verloor het land gaandeweg zijn soevereiniteit en werd het gedwongen steeds meer ongelijke verdragen te ondertekenen. De Eerste Opiumoorlog (1839–1842) brak uit nadat de Britse kroon, die enorme winsten maakte met een illegale opiumhandel, botste met het Chinese verbod op deze destructieve drug.

 

Hoe zat dat dan precies? De opiumoorlogen hebben in feite een complexe voorgeschiedenis: Net zoals de Romeinen vroeger verlekkerd waren aan de Chinese zijde waren de Britten verlekkerd aan Chinese thee. Thee was niet langer een luxeproduct, maar het dagelijkse drankje van vrijwel elke Brit, van arbeider tot aristocraat. In de 18e en vooral 19e eeuw dronk bijna iedere Brit enorme hoeveelheden Chinese thee. In 1800 importeerde Groot-Brittannië al meer dan 20 miljoen pond thee per jaar. Tegen 1850 was dat zelfs bijna verdubbeld.

​

China daarentegen had nauwelijks interesse in wat de Britten te bieden hadden. Het keizerrijk was grotendeels zelfvoorzienend en beschouwde westerse producten als inferieur of overbodig. De Chinezen wilden alleen met zilver betaald worden. Het gevolg was een enorm Brits handelstekort.

​

De Britten – en vooral de East India Company – vonden hiervoor een doeltreffende, maar moreel verwerpelijke oplossing: opium uit Brits-Indië. Hoewel de invoer van opium in China streng verboden was, bleek er een enorme vraag te bestaan. De Britten forceerden de opiumhandel omdat ze anders failliet zouden gaan aan hun eigen theeverslaving. Opium was het enige product dat de Chinezen massaal wilden kopen en het effect was dramatisch. Waar Groot-Brittannië rond 1800 nog een groot handelstekort met China had, werd dat tekort binnen een paar decennia omgebogen in een aanzienlijk overschot. Het zilver stroomde nu in omgekeerde richting: van China naar India en Groot-Brittannië.

​

ihwo674ndme4wgiok96jt4p0l7qeon1a.jpg
Opium edit.jpg

Britse handelaren smokkelden grote hoeveelheden opium uit India naar China om het handelstekort met Chinese thee en zijde te compenseren

De toenmalige keizer Daoguang (1820–1850) probeerde zijn onderdanen te beschermen door deze handel streng aan banden te leggen en in 1838 werd Lin Zexu als keizerlijke gezant naar Kanton gestuurd om de opiumcrisis in te dammen. Hij organiseerde een grootschalige campagne waarbij duizenden opiumpijpen in beslag werden genomen en zogenaamde rookholen werden gesloten. Maar de Britse Oost-Indische Compagnie smokkelde evenzeer massaal opium vanuit India naar China. In 1839 liet Lin Zexu in Kanton 20.000 kisten opium (ongeveer 1.200 ton) in zee gooien. De Britten zagen dit als een directe provocatie en een aanval op hun handelsbelangen. Het leidde tot gewapend ingrijpen.

​

Een vaak aangehaalde anekdote is dat Lin Zexu een brief schreef aan koningin Victoria, waarin hij haar persoonlijk aansprak op de schade die haar onderdanen aanrichtten aan miljoenen Chinezen. Hij vroeg hoe de Britse vorstin het zou vinden als men in Engeland op dezelfde schaal opium zou verspreiden. De brief werd echter nooit beantwoord, en de Britse kanonneerboten werden ingezet. Het verlies van China was aanzienlijk: het Verdrag van Nanking (1842) dwong het Chinese keizerrijk tot het afstaan van Hongkong, het openen van meerdere havens voor westerse handel, en het betalen van enorme schadevergoedingen.

​

De Tweede Opiumoorlog (1856–1860) maakte de situatie nog nijpender. Deze keer namen niet alleen de Britten, maar ook de Fransen deel aan de militaire druk, waarbij zelfs Peking werd bezet.

​

Dit alles, samen met de Japanse militaire bezetting in de aanloop naar de Tweede Wereldoorlog markeerden een dieptepunt dat de Chinezen later zouden samenvatten als “100 jaar van vernedering". Het gevolg was ook dat China relatief instabiel was geworden en erg gevoelig voor invloeden van buitenaf.

Opiumoorlogen.jpg

Een gecombineerde Britse strijdmacht van East India Company-schepen en Royal Navy-schepen vernietigen Chinese oorlogsjunks in Anson's Bay, tijdens de Eerste Opiumoorlog.

Tussen de regels...

Koningin Victoria en Koning Leopold II in China

De impact van Groot-Brittannië op China was enorm, vooral via het Britse imperialisme en de Opiumoorlogen (1839-1860).

​

Queen_Victoria_1887 Leopold 2.jpg

Victoria en Leopold II delen gemeenschappelijke voorouders in de familielijn van Saxe-Coburg-Gotha. Leopold I en Victoria's moeder waren broer en zus, dus hun kinderen (Leopold II en Victoria) waren neef en nicht

In die periode was Groot-Brittannië het rijk ‘waar de zon nooit onderging’: zijn vlag wapperde van Canada tot India, en van Afrika tot Hongkong.

 

Maar niet alleen koningin Victoria had haar zinnen gezet op invloed in het Verre Oosten. Weinigen weten dat ook haar neef, koning Leopold II van België, koloniale ambities koesterde in China. Na de oprichting van zijn persoonlijke kolonie, de Kongo-Vrijstaat, in 1885, richtte Leopold zijn blik ook heel even op Azië. Hij hoopte via diplomatie en economische invloed een Belgische voet tussen de deur te krijgen in het grote geopolitieke spel van de Europese mogendheden in China.

​

Waar Groot-Brittannië, Frankrijk, Duitsland en zelfs Rusland grote concessiegebieden wisten te veroveren, moest Leopold het echter stellen met een bescheiden Belgische concessie in Tianjin. Deze kleine Belgische zone, nauwelijks meer dan een handvol gebouwen, was vooral symbolisch. Ze stond in schril contrast met de uitgestrekte invloedssferen van de grootmachten en Leopold’s droom van een Belgische kolonie in China bleef uiteindelijk steken in de marge van de geschiedenis.

China raakte steeds meer verscheurd, zowel door buitenlandse overheersing als door interne verdeeldheid. Nadat de almacht van de keizerlijke orde was afgebrokkeld, groeide er een overheersend gevoel van machteloosheid en wantrouwen tegenover de traditionele structuren. Maar dit machtsvacuüm vormde tegelijkertijd ook een ideale voedingsbodem voor radicale ideologieën. Het communisme, dat zich vanuit de Sovjet-Unie presenteerde als dé oplossing op imperialistische vernedering en sociale onrechtvaardigheid, won op die manier snel terrein.

​

Het kwam uiteindelijk tot een bloedige burgeroorlog tussen enerzijds de nationalisten (Kuomintang, KMT) onder leiding van Chiang Kai-shek en anderzijds de communisten (Chinese Communistische Partij, CCP) onder leiding van Mao Zedong.

 

Tegelijkertijd won Japan in de aanloop naar de tweede wereldoorlog steeds meer terrein. Terwijl de KMT en de CCP elkaar bevochten, bezette Japan het land stukje bij beetje (vooral door de bezetting van Mantsjoerije in 1931 en de brute inval die in 1937 leidde tot het beruchte bloedbad van Nanking). Uiteindelijk ontstond er een bizarre situatie waarin de burgeroorlog tijdelijk werd opgeschort en beide partijen zich richtten op de totale oorlog tegen Japan, met als doel de bezetter te verdrijven.

​

Mao zag hierin een uitgelezen kans. Hij besefte dat de uiteindelijke overwinnaar verzwakt uit de strijd zou komen, wat voor de CCP een groot voordeel kon opleveren. Daarom liet hij de KMT grotendeels het voortouw nemen in de strijd. De Japanners werden uiteindelijk verdreven, maar de nationalisten kwamen er verzwakt uit.

 

Daarna laaide de strijd tussen de KMT en de CCP opnieuw op en ging de burgeroorlog een tweede fase in. De nationalisten, verzwakt door de oorlog met Japan, moesten uiteindelijk het onderspit delven. Mao slaagde erin hen te verdrijven, waarna zij zich terugtrokken op het eiland Formosa, het huidige Taiwan, dat zou uitgroeien tot een onafhankelijke en democratische staat en zo de symbolische tegenhanger werd van het communistische vasteland. Mao Zedong greep intussen de macht op het vasteland. Op die manier werd China in slechts enkele jaren tijd getransformeerd tot een communistische staat, zoals we die vandaag de dag nog steeds kennen.

Mao Chiang.jpg
Mao speech edit.jpg

Op 1 oktober 1949 riep Mao Zedong van op het balkon van de “Poort van de Hemelse Vrede” aan het Tiananmenplein in Peking, de Volksrepubliek China uit.

De kunst van het oorlog voeren

Voorwoord en Inhoud

Een bredere kijk op

‘het spook van het communisme’

bottom of page