Hoofdstuk 2 : De drie grote leerscholen
Inleiding

China werd vroeger “Het Hemelse Rijk” genoemd. De Chinezen beschouwden hun cultuur als een geschenk van de goden en gingen er dan ook met groot respect mee om. De manier waarop zij hun cultuur behandelden, weerspiegelde bovendien ook hoe zij met elkaar omgingen.
​
Chinezen waren niet zozeer ‘religieus’ zoals wij dat in het Westen kennen, maar eerder diep ‘spiritueel’. Het was deze spiritualiteit die de basis vormde waarop de gehele samenleving was gebouwd.
​
Met andere woorden, Chinezen geloofden in een reeks normen en waarden die voor hen van groot belang waren. Deze normen en waarden vinden hun oorsprong in wat we kennen als de ‘drie grote leerscholen’ die door de eeuwen heen de Chinese cultuur hebben gevormd: het taoïsme, het boeddhisme en het confucianisme. We zullen elk van deze drie stromingen kort bespreken.

Taoïsme en de zoektocht naar ‘waarheid’
Wanneer we het hebben over de oorsprong van het taoïsme, keren we terug naar het prille begin van de Chinese beschaving — zo’n 5000 jaar geleden. Naar de tijd van de “Grote Gele Keizer”, Huangdi.
​
Van Huangdi wordt gezegd dat hij een taoïst was. Volgens de overlevering ontving hij zijn onderricht van een taoïstische grootmeester genaamd Guang Chengzi. Reeds in die vroege tijd gaf hij les aan zijn volk over onderwerpen als geografie en astronomie. Hij werd niet alleen beschouwd als een zeer geleerd man, maar ook als een zeer wijs en geliefd heerser. Tot op de dag van vandaag beschouwen veel Chinezen zich nog steeds als de ‘afstammelingen van de Grote Gele Keizer’, een figuur die zowel historisch als mythisch is geworden.
​​

Het taoïsme is dus in wezen zo oud als de Chinese cultuur zelf. Toch werd deze levensfilosofie pas ongeveer 2500 jaar later systematisch geordend en neergeschreven door Lao Zi.
​
Een kernaspect van het taoïsme is de zoektocht naar “waarheid” — al gaat het hier niet om waarheid in de zin van 'waarheidsgetrouw spreken'. Het verwijst eerder naar een diepere zoektocht: die naar het ware zelf, naar wie men in wezen is, en de eigen, onvervalste kern van het mens-zijn. En die zoektocht blijkt allesbehalve eenvoudig.
​
Lao Zi had dit ook begrepen. Hij zag hoe moeilijk het de mens valt om tot ware zelfkennis te komen en om de waarheid onder ogen te zien. Volgens de legende hield hij het op een gegeven moment zelfs voor bekeken.
​
Hij besloot zich terug te trekken. Maar eerst schreef hij alles wat hij de mensheid wou nalaten neer in een boek: het ‘boek van 5000 karakters’, beter bekend als de ‘Tao Te Ching’.
​
Aan de grenspoort van het rijk overhandigde hij dit manuscript aan een eenzame poortwachter. Hij stapte vervolgens op zijn os, reed door de grenspoort en verdween richting het Westen. Nadien heeft niemand ooit nog iets van Lao Zi vernomen.​

Maar het boek dat hij naliet, zou uitgroeien tot het basiswerk van de taoïstische denkwijze — een gids voor wie op zoek gaat naar de Waarheid.
​
Tussen de regels...
De allegorie van de grot
Wat de zoektocht naar waarheid betreft, zijn er opvallende gelijkenissen tussen oosterse en westerse denktradities. Wie bijvoorbeeld de Griekse filosofen bestudeert, merkt parallellen op met de taoïstische ideeën over zelfkennis en de zoektocht naar waarheid.

Neem het beroemde verhaal van Plato: de allegorie van de grot. Plato stelde de mens voor als een wezen dat vastgeketend leeft in een grot, met het gezicht naar de achterwand. Hij kan niet naar buiten kijken en ziet enkel de schaduwen van voorwerpen die voor de ingang van de grot voorbijkomen — geprojecteerd op de wand.
​
Wat hij waarneemt zijn dus niet de dingen zoals ze werkelijk zijn, maar slechts vage schaduwen als een vervorming van de werkelijkheid.
​
Volgens Plato zien we op die manier allemaal onze eigen waarheid, vervormd door onze eigen menselijke noties. Men kan de waarheid pas zien nadat men zich los maakt van deze ketenen en een weg naar buiten baant. Pas dan kan de mens de dingen zien zoals ze werkelijk zijn, maar die tocht naar inzicht, waarheid en ‘het ware zelf’ blijkt erg moeilijk en confronterend, bezaaid met pijnlijke obstakels.​
Er bestaat een typisch symbool voor de Tao, dat iedereen ongetwijfeld kent. Het is de Tai Chi Tu (太極圖), ook wel het Yin-Yang-teken genoemd. Maar wat stelt het eigenlijk voor?
Het symboliseert de tegengestelde uitersten in onze wereld, die samen een harmonieus geheel kunnen vormen.
De voortdurende zoektocht naar eenheid en harmonie is trouwens zeer kenmerkend voor de taoïstische denkwijze.
Voorbeelden van zulke tegengestelde krachten zijn licht en donker, actief en passief, warm en koud, positieve en negatieve energie, goed en kwaad, man en vrouw. Het één kan niet zonder het ander bestaan; ze vullen elkaar juist aan. Wanneer tegengestelde krachten worden samengevoegd, ontstaat er steeds een harmonieus en evenwichtig geheel.
​


Confucianisme, de kunst van ‘volharding en discipline’
Naast het taoïsme ontwikkelde zich een tweede grote leerschool: het confucianisme. Confucius wordt ook wel eens “de leraar van alle leraren” genoemd. Hij leefde ongeveer 2500 jaar geleden, rond dezelfde periode als Lao Zi, en verkondigde een denkwijze die was gebaseerd op een aantal fundamentele ethische principes: goedheid, rechtvaardigheid, fatsoen, wijsheid en integriteit.
Een kernbegrip binnen zijn leer is zelfdiscipline — het vermogen tot volharding, zelfbeheersing en verdraagzaamheid.
Het confucianisme werd al snel gezien als een bijzonder compleet denksysteem en groeide uit tot een van de belangrijkste pijlers van de Chinese beschaving. Het had een zeer breed draagvlak en beïnvloedde niet alleen het persoonlijke leven, maar ook het sociale en politieke bestel. Zo bepaalde het onder meer hoe ambtenaren werden geselecteerd en het had zelfs invloed op de manier waarop het rijk bestuurd werd.
Zelfs het typisch gereserveerde karakter van de Oosterling kan, tot op zekere hoogte, worden toegeschreven aan de disciplinerende invloed van het confucianisme — een invloed die eeuwenlang door alle dynastieën heen voelbaar bleef.

Boeddhisme en het ‘mededogen’ van de Boeddha

Van India naar het Middenrijk
De derde grote leerschool is het boeddhisme. In tegenstelling tot het taoïsme en het confucianisme, vond het boeddhisme zijn oorsprong niet in China, maar in India. Het werd zo’n 2500 jaar geleden onderwezen door Sakyamuni, de Boeddha. Hij onderwees de oorspronkelijke vorm van het boeddhisme aan zijn discipelen in het oude India.
Na zijn heengaan verspreidde de leer zich verder oostwaarts en bereikte uiteindelijk de Han-regio, het gebied dat we vandaag kennen als China. Daar ontwikkelde het boeddhisme zich geleidelijk tot een gereformeerde stroming, zoals we die vandaag de dag kennen.
Binnen de boeddhistische leer wordt gezegd dat haar hoofdkenmerk mededogen is. De Boeddha sprak over "compassie voor alle levende wezens", maar daarnaast draait de beoefening in het boeddhisme ook om het opgeven van alle menselijke gehechtheden en wereldse verlangens zoals bezit, status en emoties, om uiteindelijk via meditatie te kunnen slagen in de beoefening en de staat van verlichting te bereiken.
De vergeten oorsprong van een eeuwenoud symbool
Er bestaat ook een typisch symbool dat met de Boeddha wordt geassocieerd, al is het voor velen in het Westen wel even schrikken wanneer het in deze context opduikt. Het gaat dan ook over een van de meest gestigmatiseerde symbolen uit de recente geschiedenis: de swastika.
​
​








In het Westen kennen de meeste mensen de swastika vooral als het hakenkruis dat door Hitler werd gebruikt tijdens zijn opmars in de Tweede Wereldoorlog. Daardoor kreeg het een bijzonder negatieve connotatie en werd het vrijwel overal taboe. Toch gaat de geschiedenis van dit teken duizenden jaren terug in de tijd, en voert het ons naar de periode en de regio waaruit het boeddhisme is ontstaan.
Binnen het boeddhisme zegt men: "De Boeddha draagt het swastika-teken op de borst." In westerse representaties zie je dat zelden, maar in veel oosterse landen heeft het symbool zijn oorspronkelijke, vreedzame betekenis behouden. Een goed voorbeeld is het beroemde Boeddhabeeld op Lantau-eiland in Hongkong—met zijn 34 meter een van de grootste zittende Boeddhabeelden ter wereld. Het beeld werd vervaardigd in Nanjing, gegoten in brons en later op het Lantau-eiland geplaatst, waar het uitgroeide tot een erg populaire toeristische trekpleister. Maar wie goed kijkt, ziet een opvallend detail: op de borst van de Boeddha prijkt een swastika.
Niet alleen op Boeddhabeelden komt het symbool voor, ook in tempels is het vaak terug te vinden. En zelfs hier in het Westen was de swastika ooit een wijdverspreid en veelgebruikt symbool. We hebben het dan uiteraard over de periode vóór de tweede wereldoorlog, en her en der kan je nog enkele overblijfselen van deze oorspronkelijke betekenis terugvinden.
​


Tussen de regels...
De swastika wereldwijd

Herkent u de jongedame op deze foto? Haar naam is Jacky Bouvier, voluit Jacqueline Lee Bouvier, geboren op 28 juli 1929 in Southampton, New York. Zij groeide op in een welgestelde familie en later zou ze wereldberoemd worden als Jacqueline Kennedy, de echtgenote van John F. Kennedy, de 35e president van de Verenigde Staten.
​
Op deze bijzondere foto zien we haar echter nog in haar jonge jaren, lang voordat ze in de schijnwerpers van het Witte Huis zou treden. Ze draagt een verkleedkostuum in de stijl van een indiaan, waarop opvallend genoeg een swastika is afgebeeld, destijds in Amerika nog een symbool dat ook in inheemse culturen voorkwam, De foto werd genomen vóór de tweede wereldoorlog en de opkomst van het nazisme. Het contrast tussen dit onschuldige jeugdmoment en haar latere rol als een van de meest iconische vrouwen van de twintigste eeuw maakt de foto des te opmerkelijker.

Ook bij de inheemse Amerikaanse volkeren kwam dit teken dus voor. Gescheiden door oceanen werd de swastika in feite verspreid over zowat de hele wereld gebruikt, en dat is toch wel opmerkelijk. Het is teruggevonden in Zuid-Amerika, Noord-Amerika, Europa, op de Griekse eilanden, en zo helemaal tot in het verre Oosten, van waaruit het oorspronkelijk afkomstig is.

Een opvallend voorbeeld van hoe de swastika ooit wijdverspreid in het Westen werd gebruikt, is de toegangspoort van de Carlsberg-brouwerij in Kopenhagen, Denemarken. De poort wordt gedragen door vier granieten beelden van Indische olifanten, die fungeren als poortwachters. Eén van de olifanten draagt een swastika op zijn flank (foto 1). De poort werd gebouwd in 1902 — ruim vóór de opkomst van het nationaalsocialisme. In de periode vóór de Tweede Wereldoorlog kwam het symbool in het Westen ook veelvuldig voor op juwelen, kledingstukken, logo’s, gebouwen en zelfs in kerken — zoals de Catedral de Tampico in Mexico (foto 2), waar de vloer van het volledige middenschip rijkelijk is gedecoreerd met swastika’s. Tot in de jaren dertig werd de swastika bij ons in het Westen vaak gebruikt als een ‘teken van goed geluk’, hoe vreemd dat nu ook moge klinken. Om die reden verscheen het symbool ook op wenskaarten (foto 3), reclameborden en zelfs Coca-Cola (foto 4) gebruikte het swastika-symbool in haar marketing vóór de Tweede Wereldoorlog. Ook op de fiches van sommige Amerikaanse casino’s (foto 5) kon je het swastika-symbool terugvinden als een teken van geluk en voorspoed.
![]() 1 - De ‘Elephant Gate’ is de monumentale toegangspoort van de Carlsberg-brouwerij in Kopenhagen. De poort werd in 1902 gebouwd en rust op vier enorme granieten olifanten. Op de flank van één van de olifanten is een swastika aangebracht, destijds bedoeld als symbool van voorspoed en kracht. | ![]() 2 - In de Catedral de Tampico in Mexico is het centrale gangpad versierd met 141 swastika’s. Tijdens renovatiewerkzaamheden in de jaren negentig verleende het Nationaal Instituut voor Antropologie en Geschiedenis (INAH) toestemming om het verwijderen van de symbolen te overwegen. De lokale gemeenschap besloot echter de swastika’s te behouden als onderdeel van het cultureel erfgoed. | ![]() 3 - Amerikaanse wenskaart van vóór de tweede wereldoorlog. |
|---|---|---|
![]() 4 - Coca-Cola reclamepaneel (1910–1920) waarin de swastika als decoratief motief is gebruikt. | ![]() Er bestaan diverse voorbeelden van oude kruiken en keramiek versierd met swastika’s, oorspronkelijk gebruikt als symbolen van geluk en voorspoed in de Griekse, Romeinse, Indiase en Amerikaanse inheemse tradities. | ![]() 5 - In sommige Amerikaanse casino’s werden in de jaren 1910–1930 pokerchips en casinotokens met een swastika-motief gebruikt. |
![]() swastika-crackers | ![]() Een Byzantijnse mozaïek op Cyprus waarin een swastika-motief voorkomt. | ![]() De K.R.I.T. Motor Car Company (Detroit, actief van 1909 tot 1916) gebruikte de swastika als bedrijfslogo. |
![]() Dit Canadees vrouwen-ijshockeyteam uit het begin van de 20e eeuw noemde 'The Edmonton Swastikas'. | ![]() Er bestaan veel voorbeelden van juwelen met swastika’s, vooral uit de periode eind 19e – begin 20e eeuw. Rond 1900 werden gouden en zilveren broches met swastika-patroon populair in Europa. | ![]() In het kustdorp Shavei Zion in Noord-Israël (tussen Nahariya en Akko in West-Galilea) zijn de resten van een Byzantijnse kerk uit de 5e–6e eeuw ontdekt. Bij de opgravingen kwamen onder meer mozaïekvloeren aan het licht, waarin ook een swastikamotief verwerkt is. |
![]() Hier zie je een voorbeeld van een geometrisch mozaïek uit de Villa Romana La Olmeda, gelegen in Pedrosa de la Vega (vlakbij Saldaña, provincie Palencia, Spanje). Deze Romeinse villa werd in 1968 toevallig ontdekt door een plaatselijke boer toen zijn ploeg stuitte op een harde structuur in de grond, waarna de resten van een mozaïek tevoorschijn kwamen. | ![]() Clara Bow (1905–1965) was een Amerikaanse filmactrice en een van de grootste sterren van de jaren 1920. Op deze foto draagt ze een opvallende outfit versierd met swastika’s. De foto verscheen op 13 april 1928 in The Los Angeles Times. In die tijd werd de swastika nog gebruikt als een oud symbool van geluk en voorspoed, lang voordat het later door het nazisme een negatieve connotatie kreeg. | ![]() Talisman met een swastika-symbool |
![]() De Amerikaanse luchtmacht (destijds de U.S. Army Air Service) gebruikte de swastika in de vroege 20e eeuw, lang vóór de nazi’s. Ook de landmacht van de U.S. Army gebruikte een swastika als divisie-insigne. De swastika vertegenwoordigde de Amerikaans-Indiase symboliek en werd in 1939 vervangen door de Thunderbird (eveneens ontleend aan de Indiase traditie). |
Maar wat is dan de ware betekenis van het swastika-symbool? Die vraag brengt ons terug naar de boeddhistische denkwijze. Wat het in wezen voorstelt, is het draaiende mechanisme van de natuur. Vanuit de boeddhistische denkwijze zegt men dat alles is opgebouwd uit draaiende mechanismen — zowel in de macrokosmos als in de microkosmos. Maar wat wordt daarmee precies bedoeld? In de macrokosmos zien we dat sterrenstelsels zich allemaal in een roterende beweging bevinden, en met een beetje verbeelding kun je er de vorm van het swastika-symbool in herkennen. Ons eigen melkwegstelsel bevindt zich eveneens in rotatie, net als de planeten rond de zon.
Maar hetzelfde principe geldt ook op microscopisch niveau: elektronen draaien rond de atoomkern. En de mens bevindt zich als het ware precies in het midden van al die roterende structuren. Op die manier weerspiegelt het swastika-symbool in feite de essentie van onze fysieke werkelijkheid vanuit boeddhistisch perspectief — een werkelijkheid die is opgebouwd uit voortdurend draaiende mechanismen.​


Zo komen we uit bij de drie grote leerscholen die voortkwamen uit 5000 jaar Chinese cultuur. Samen vormden zij een diepgeworteld spiritueel fundament dat beschouwd kan worden als de essentie van de authentieke Chinese cultuur: de taoïstische denkwijze, de boeddhistische denkwijze, de leer van Confucius, en steeds opnieuw de normen en waarden die ermee samengaan: de zoektocht naar waarheid volgens de taoïstische denkwijze, het mededogen van de Boeddha, en de zelfdiscipline en verdraagzaamheid zoals onderwezen door Confucius.
​




















