top of page

Hoofdstuk 4 : De piek van de Chinese cultuur

De Tang-dynastie (618–907) wordt beschouwd als het hoogtepunt van de Chinese beschaving. Men zegt dat mensen in die tijd geen sloten op hun deuren hadden — niet uit onachtzaamheid, maar omdat het ondenkbaar was dat iemand iets zou wegnemen wat hem niet toebehoorde. De gevangenissen stonden vrijwel leeg en fungeerden als stille getuigen van een samenleving waarin deugdzaamheid de norm was.

Tang kaart uitgebreid.jpg

De Chinese hoofdstad was in die tijd overigens niet Peking, maar Chang’an (het huidige Xi’an). Dat is de stad waar onder meer het beroemde Terracottaleger werd ontdekt. Het was een bruisend centrum van handel, kunst en cultuur.

 

Paleis slide boven.jpg

Tijdens de Tang-dynastie groeide de Chinese hoofdstad Chang’an uit tot de grootste stad ter wereld, met toen al meer dan een miljoen inwoners — en als we de voorsteden meerekenen zelfs meer dan twee miljoen.​ 

Ter vergelijking: Parijs had in diezelfde periode amper 30.000 inwoners, Londen tussen de 10.000 en 20.000, en Rome ongeveer 100.000. Brussel werd in die tijd nog niet eens vermeld in de kronieken en had waarschijnlijk minder dan duizend inwoners. Pas in het jaar 979 na Christus dook de naam voor het eerst op in een document, als Bruocsella, wat “woning in het moeras” betekent. Ook Amsterdam stelde in die tijd nog niet veel voor: het was amper een bescheiden vissersdorp met minder dan duizend inwoners.

In die periode verbleven er in de Chinese hoofdstad meer dan honderdduizend buitenlanders. Dit waren voornamelijk diplomaten en geleerden die vanuit hun eigen land of regio naar China reisden, in de hoop uiteindelijk de kennis en de wijsheid mee naar huis te nemen.

 

chang anwide view.jpg

CHANG'AN

De grootste stad ter wereld

tijdens de Tang Dynastie

Marco Polo was gefascineerd door wat hij in China had gezien, en bij zijn terugkeer bracht hij dan ook een aantal opmerkelijke zaken mee. Maar het waren geen gewone souvenirs — het ging om revolutionaire uitvindingen die de loop van de wereldgeschiedenis drastisch zouden veranderen. Men spreekt ook wel eens van de “vier grote Chinese uitvindingen” die de hele wereld hebben beïnvloed.

Marco Polo foto en kaart.jpg

Een van de bekendste pioniers die op deze manier naar China reisde, was Marco Polo. We hebben het dan wel al over een iets latere periode. Vanuit Venetië vertrok hij in 1271 samen met zijn vader op ontdekkingsreis naar het oosten. Het werd een reis die bijna 24 jaar zou duren.

M P 100.jpg

Eén van deze uitvindingen is het kompas.

 

De eerste exemplaren dateren uit de Han-dynastie (206 v.Chr. tot 220 n.Chr). Het kompas werd ‘Sīnán’ (司南) genoemd, wat in het Chinees betekent: ‘het beheersen van het zuiden’. Het eerste kompas wees namelijk naar het zuiden, en nog niet naar het noorden zoals wij dat tegenwoordig kennen.

 

Daarnaast was er de uitvinding van het buskruit.

 

Het waren Chinese alchemisten die in hun laboratoria eigenlijk op zoek waren naar een elixir voor onsterfelijkheid, toen ze geheel toevallig dit explosieve mengsel ontdekten. Het lot speelde hen op die manier een ironische streek. Je zou kunnen zeggen dat ze uiteindelijk een elixir ontdekten voor precies het tegenovergestelde.

Maar dezelfde vonk die later kanonnen en musketten voedde, lag ook ten grondslag aan een geheel andere toepassing, en dan hebben we het uiteraard over het traditionele Chinese vuurwerk. Al in de Tang-dynastie zouden feestvierders de nachtelijke hemel hebben opgelicht met knallende kleuren. Het lawaai was bedoeld om boze geesten te verjagen.

 

Compass_Han_Dynasty_edited.png

Het eerste kompas was een lepel van magnetiet die op een glad bronzen bord werd geplaatst: als men de lepel ronddraaide, kwam deze vanzelf tot stilstand met de steel naar het zuiden wijzend.

Buskruit.jpg

De eerste toepassingen waren dus ritueel en feestelijk.  Een keizerlijke kroniekschrijver noteerde dat de eerste experimenten met het vuurwerk zo onverwacht krachtig waren dat een van de alchemisten letterlijk zijn wenkbrauwen verloor. Rond de 10e eeuw, begon men het ook militair toe te passen: eerst in primitieve vuurpijlen (afbeelding rechts), daarna in de 12e–13e eeuw in de eerste vormen van kanonnen en handvuurwapens.

 

fireworks slide market 3.jpg

De derde belangrijke Chinese uitvinding is het papier.

 

Het woord ‘papier’ is afgeleid van ‘papyrus’, het schrijfmateriaal dat de oude Egyptenaren gebruikten. Later schakelden ook de Egyptenaren over op de techniek van het vervaardigen van papier zoals wij dat nu kennen — een methode die ze hadden verkregen van de Arabieren, die het op hun beurt hadden overgenomen van de Chinezen. Volgens de overlevering namen de Arabieren tijdens de slag bij Talas in 751 n.Chr. Chinese papiermakers gevangen en bemachtigden zo ook de techniek van het vervaardigen van papier . Papier in de huidige vorm werd al in China gebruikt tijdens de Han-dynastie, rond 200 voor Christus. Daarnaast waren het ook de Chinezen die als eersten papieren geld introduceerden, tijdens de Tang-dynastie. En ook toiletpapier is een Chinese uitvinding: het werd al vanaf de 6e eeuw na Christus gebruikt.

Papier maken 3.jpg
polaris-workshop-1.jpg

De vierde in de rij van de grote Chinese uitvindingen is de boekdrukkunst—een mijlpaal in de overdracht van kennis en wijsheid.

 

Het oudste complete gedrukte boek ter wereld is een kopie van de ‘Diamond Sutra’, een heilig boeddhistisch geschrift binnen het Mahayana-boeddhisme. De linkerfoto toont het enige bewaard gebleven exemplaar van de Diamant Soetra. Het boek dateert uit de Tang-dynastie en werd in 868 n.Chr. in China gedrukt. Het werd gemaakt met behulp van de houtsnede-druktechniek: elke pagina werd in spiegelbeeld uit een houten blok gesneden, met tekst en afbeeldingen, en daarna afgedrukt op papier. De uitvinding van de boekdrukkunst wordt om die reden doorgaans aan de Chinezen toegeschreven.

Diamond sutra breed copy.jpg

Op 25 juni 1900 merkte de taoïstische monnik Wáng Yuánlù (tweede foto van links) een scheur in de wand van een woestijngrot in Dunhuang (provincie Gansu, China). Toen hij dit nader onderzocht, ontdekte hij een opening die leidde tot een van de grootste vondsten ooit: een grotbibliotheek met zo’n 50.000 manuscripten en schilderijen, verzegeld en verborgen gedurende wel 900 jaar. Onder de Dunhuang-manuscripten bevond zich ook dit exemplaar van de Diamantsoetra uit de Tang-dynastie.

Al in de Han-dynastie was Dunhuang een garnizoensstad van de Chinese staat, een essentiële oase en een buitenpost aan de rand van de keizerlijke macht. Zo’n 1500 km ten westen van Chang’an (toen de keizerlijke hoofdstad) was Dunhuang de laatste plaats waar reizigers op de Zijderoute betrouwbaar water konden vinden, voordat zij zich voor vele dagen in de woestijn waagden.

In deze oase aan de rand van de woestijn bloeiden ook religieuze heiligdommen op. Zij werden bekend als de Grotten van de Duizend Boeddha’s, of de Mogao-grotten. Hier deed Wáng Yuánlù in 1900 zijn legendarische vondst, en hij werd er als het ware de curator van de manuscripten.

De Brits-Hongaarse ontdekkingsreiziger Aurel Stein wist Wang tijdens een expeditie in 1907 te overtuigen hem zo’n tienduizend manuscripten en schilderijen te verkopen voor ongeveer 130 pond (omgerekend zo'n 150 euro). Daaronder bevond zich ook de Diamantsoetra uit 868. Destijds was dit een aanzienlijk bedrag en Wang wou het geld gebruiken om de grotten te restaureren. Maar veel Chinezen nemen het zowel Wang als Stein nog steeds kwalijk en zij beschouwen deze transactie als een ware kunstroof. De manuscripten zijn uiteindelijk in de loop van de 20e eeuw verspreid geraakt over zowat de hele wereld. De Diamantsoetra bevindt zich tegenwoordig in de British Library in Londen. Op de derde foto van rechts zie je in de rechterhoek de doorgang naar de bibliotheekgrot die door Wang werd ontdekt. Deze foto's werden genomen door Aurel Stein zelf. De foto uiterst rechts toont een van zijn assistenten die de manuscripten in de bibliotheekgrot onderzoekt.

Papier 1 Slide.jpg

Maar in feite bleef het niet bij deze vier grote uitvindingen. Als je vandaag de lijst van uitvindingen uit het keizerlijke China opzoekt—onder meer op Wikipedia—stuit je op een indrukwekkend scala aan vondsten die ook in onze tijd nog steeds deel uitmaken van het dagelijks leven. Denk aan thee en porselein, de paraplu, gietijzer, het scheepsroer, de propeller, de kruisboog, het gareel, de mechanische klok, de lucifer—zelfs de kruiwagen is een Chinese uitvinding. Het is een indrukwekkende lijst, gaande van het toiletpapier tot de seismograaf, en zij getuigt van de opmerkelijke vindingrijkheid van het Chinese volk. Het merendeel van deze uitvindingen bleef voor ons trouwens nog eeuwenlang in stilte bewaard en bereikte Europa vaak pas tegen het einde van de middeleeuwen.

Gietijzer

Gietijzer

Rond de 5e eeuw v.Chr. begonnen de Chinezen met het produceren van gietijzer, veel eerder dan in Europa. Ze beschikten al over hoogovens die temperaturen konden bereiken boven de 1.200 °C, heet genoeg om ijzer volledig te smelten. In Europa verscheen gietijzer pas in de 14e eeuw n.Chr., dus bijna 2000 jaar later.

Het gareel

Het gareel

Het Chinese gareel (uitgevonden rond de 4e eeuw n.Chr.) verdeelde de trekkracht over de borst en schouders, zonder de keel te knellen. Daardoor konden paarden véél zwaardere lasten trekken dan ooit tevoren. Met het gareel konden paarden ploegen trekken en karren vervoeren die voorheen alleen door ossen werden getrokken. Omdat paarden sneller zijn dan ossen, leidde dit tot een enorme toename in landbouwproductiviteit én transportefficiëntie.

De mechanische klok

De mechanische klok

De eerste echte mechanische klokken kwamen in de Tang-dynastie (7e–10e eeuw) en vooral de Song-dynastie (10e–13e eeuw) tot bloei. Su Song (1020–1101), een Chinese geleerde, astronoom en ingenieur bouwde rond 1090 een gigantische klokkentoren in Kaifeng (de hoofdstad van de Song). Het uurwerk had een wateraangedreven mechanisme, draaiende tandwielen, en zelfs een soort mechanische poppen die op vaste tijden belden of trommelden. Europese mechanische uurwerken verschenen pas in de 14e eeuw.

Lucifers

Lucifers

De eerste vorm van lucifers verscheen in China rond 577 n.Chr. Ze werden toen “vuurpijltjes” (突火槌, tūhuǒchuí) genoemd. Pas veel later, in de 19e eeuw, ontwikkelde men in Europa de moderne lucifer.

Chinese thee

Chinese thee

Thee is een typisch Chinese uitvinding, en een van de oudste en invloedrijkste dranktradities ter wereld. In de Tang-dynastie (618–907) werd thee de nationale drank van China. Tijdens de Song-dynastie (960–1279) werd thee drinken verheven tot een verfijnde kunst.

De kruiwagen

De kruiwagen

Archeologische vondsten en muurschilderingen tonen dat kruiwagens al rond de 2e eeuw n.Chr. werden gebruikt. Volgens de overlevering werd hij bedacht door Zhuge Liang (181–234 n.Chr.), een beroemde strateeg en uitvinder uit de Drie Koninkrijken-periode. Het gewicht rustte grotendeels op het wiel in plaats van op de persoon die duwde wat veel efficiënter bleek dan volledig tillen. In Europa verscheen de kruiwagen pas in de 12e–13e eeuw, dus bijna duizend jaar later.

De kruisboog

De kruisboog

De kruisboog verscheen in China al rond de 5e eeuw v.Chr. Archeologische vondsten van bronzen trekmechanismen uit die periode tonen dat dit wapen toen al zeer verfijnd was. In tegenstelling tot de gewone boog kon een kruisboog op spanning gehouden worden zonder fysieke inspanning van de schutter. Dit maakte het zelfs mogelijk voor onervaren soldaten om doeltreffend te schieten, wat een grote militaire innovatie was. In Europa verscheen de kruisboog pas in de Middeleeuwen (11e–12e eeuw).

De propellor

De propellor

De propeller zoals wij die kennen (voor schepen en vliegtuigen) is een moderne Europese ontwikkeling, maar het basisidee komt verrassend genoeg óók uit het oude China. Sommige historici suggereren dat zelfs Leonardo da Vinci geïnspireerd zou zijn door verhalen over de Chinese “bamboe-dragonfly”, een soort bamboe helikoptertje dat erg populair was als kinderspeelgoed.

Porcelein

Porcelein

Porselein is een klassieke Chinese uitvinding, eeuwenlang een exportproduct dat de wereld betoverde en de westerse keramiekkunst diepgaand beïnvloedde. Vanaf de 13e eeuw kwam Chinees porselein via de Zijderoute en later via de Portugese en Nederlandse handel naar Europa. In Europa was het porselein in die tijd zodanig zeldzaam en begeerd dat het vaak het “witte goud” werd genoemd.

De paraplu

De paraplu

De eerste verwijzingen naar paraplu’s gaan terug tot de Zhou-dynastie (1046–256 v.Chr.). Het is een van de oudste alledaagse gebruiksvoorwerpen die wereldwijd verspreid zijn. Via de zijderoute en later de Europese handel bereikte de paraplu in de 16e–17e eeuw Europa, waar hij eerst een modeartikel werd onder de elite. In China waren paraplu's algemener in gebruik, zowel voor de adel als voor het gewone volk.

Het scheepsroer

Het scheepsroer

In de Han-dynastie (ca. 1e–2e eeuw n.Chr.) verschenen in China al schepen met een verticaal roer aan de achtersteven. Dit was een doorbraak, want eerder stuurde men schepen met riemen of zijroeren. Europa ontdekte deze uitvinding pas zo'n duizend jaar later.

Papieren geld

Papieren geld

Ook het papieren geld en zelfs toiletpapier is een Chinese uitvinding.

Tussen de regels...

De eerste seismograaf

De eerste seismograaf werd in 132 n.Chr. uitgevonden door de Chinese astronoom Zhang Heng. Het ontwerp was op zich al een kunstwerk: een koperen ketel met daarop acht draken, die elk een koperen bal in de bek hielden.

 

Seismo park.jpg

Het principe was eenvoudig en ingenieus tegelijk. Wanneer een van de draken de bal liet vallen, was dat een teken dat er in die richting een aardbeving had plaatsgevonden.

Het toestel werd op een plein geplaatst en bleef daar lange tijd onaangeroerd staan. Hoe test je immers een seismograaf? Dat is uiteraard niet simpel. Maar op een dag liet een van de draken onverwacht de bal vallen, terwijl er verder niets te merken was. Men wachtte geduldig af, en vijf dagen later verscheen een dienstbode uit diezelfde richting met het bericht dat er inderdaad vijfhonderd kilometer verderop een zware aardbeving had plaatsgevonden. Het toestel bleek te werken.

Deze foto toont een van de vele replica’s. Het originele ontwerp is jammer genoeg verloren gegaan. Het binnenwerk bestond uit een zeer complex mechanisme en vormt eigenlijk een klein mysterie. Tot op de dag van vandaag weet niemand namelijk precies hoe het er van binnen eruitzag, en wetenschappers zijn het nog steeds niet eens over de exacte werking van de eerste seismograaf.

fireworks final.jpg

Tussen de regels...

De Chinese vloot

Wat zou de moderne scheepvaart zijn geweest zonder de inventiviteit van het Chinese volk? Het kompas en het scheepsroer—beide Chinese uitvindingen—speelden een cruciale rol bij het verleggen van de horizon over zee. China ontwikkelde al vroeg grote en geavanceerde zeilschepen, met meerdere masten. Met zo’n indrukwekkende en vooruitstrevende vloot waren zij in staat de wereldzeeën te bevaren en onbekende werelden te verkennen, lang voordat Europese ontdekkingsreizigers daartoe in staat waren.

 

Zheng He Expedities.jpg

China beschikte al in de Song-dynastie (960–1279) over een geavanceerde scheepsbouw, met grote houten zeilschepen (junks), voorzien van waterdichte compartimenten, en zeemanskaarten waarop kustlijnen, vaarroutes, havens en soms zelfs stromingen of afstandsmetingen stonden aangegeven: technologische innovaties die hun tijd ver vooruit waren.

 

Het hoogtepunt van de Chinese zeevaart vond plaats in de vroege 15e eeuw onder admiraal Zheng He, tijdens de Ming-dynastie. Tussen 1405 en 1433 leidde hij zeven monumentale expedities. Hij bereikte Zuidoost-Azië, India, het Arabisch Schiereiland tot in Mekka en zelfs de oostkust van Afrika werd door de Chinezen al in kaart gebracht lang voordat de Europeanen dat zouden doen, maar wat vooral opvalt, is dat China, ondanks deze indrukwekkende vloot, zich eigenlijk nooit bezighield met expansie. Zij stichtten geen koloniën en lieten ook geen blijvende invloed achter.

 

Het eigenlijke doel van deze expedities was voornamelijk het verder uitbouwen van hun bestaande handelsroutes (een maritieme zijderoute) en het bevestigen van de keizerlijke macht.

Zheng He Expedities breed 2.jpg

De beroemde vloot van admiraal Zheng He bestond in totaal uit schepen van verschillende types. De allergrootste waren de zogenaamde schatten- of schattransport-schepen (宝船, bao chuan). Deze schepen zouden gigantisch zijn geweest. Ze waren zo’n 100 meter lang en hadden maar liefst 9 masten. Sommige onderzoekers twijfelen of zulke enorme schepen technisch haalbaar waren in die tijd. Nochthans wordt het aantal 9 masten vrij consistent in de verschillende bronnen vermeld.

 

Om een vergelijking te maken: de schepen die Columbus gebruikte en waarmee hij in 1492 Amerika bereikte, waren zo’n 20 meter lang. Een 9-mast baochuan uit de vloot van admiraal Zheng was dus maar liefst vijf keer groter dan de schepen van Columbus, evenals die van Vasco da Gama, die in 1498 via Kaap de Goede Hoop India bereikte.

Volgens de Chinese historische bronnen (zoals de Ming Shilu, de officiële hofkronieken) bestond de vloot van Zheng He tijdens de eerste expeditie (1405) uit maar liefst 317 schepen, waaronder de enorme schattransport-schepen (baochuan), oorlogsschepen, bevoorradingsschepen en kleinere jonken. Er voeren in totaal  zo'n 27.000 tot 30.000 man mee. Het zou nog ruim anderhalve eeuw duren voordat Europese grootmachten maritieme expedities konden organiseren die qua omvang met die van Zheng He’s vloot te vergelijken waren.

Boat scenery.jpg

De Chinese inventiviteit bracht in de loop van de Chinese geschiedenis een hele reeks legendarische uitvindingen voort die uiteindelijk ook hun weg vonden naar onze contreien. De Chinese cultuur daarentegen bleef voor ons westerlingen door de eeuwen heen toch steeds gehuld in een nevel van mysterie en verwondering. Een mogelijke verklaring hiervoor kunnen we vinden in een van China’s oudste en meest invloedrijke werken: het Boek der Veranderingen, of Yi Ching (易經). Deze meer dan 3000 jaar oude tekst bevat een tijdloze spreuk die als volgt luidt:

 

‘Het onzichtbare en ontastbare is de Tao; het zichtbare en tastbare is slechts het omhulsel.’

 

Maar wat wil dit eigenlijk zeggen?

Yi Ching 2.jpg

‘De Tao’ betekent letterlijk ‘de weg’. Het is de weg die leidt naar wat we in het dagelijks leven vaak nastreven: gezondheid, geluk, vriendschap, liefde, harmonie of innerlijke rust. Volgens deze spreuk ligt die weg niet in datgene wat zichtbaar en tastbaar is, maar in het onzichtbare en ontastbare aspect van de Chinese cultuur.

Hoezeer iemand als Marco Polo ook gefascineerd was door de Chinese cultuur, alles wat hij meebracht — inclusief de revolutionaire Chinese uitvindingen — behoort uiteindelijk enkel tot het zichtbare en tastbare deel van de Chinese cultuur. Volgens de spreuk is dat slechts het omhulsel. De ware essentie van de Chinese cultuur ligt in het onzichtbare en ontastbare — en dat deel, heeft China dus eigenlijk nooit verlaten.

Misschien is dit dan ook wel de reden waarom wij westerlingen de authentieke Chinese cultuur vaak ervaren als iets diep mystieks — een mysterieuze wereld die moeilijk te vatten is, als een vage herinnering aan een mooie droom.

ChangAn 1 high res.jpg

Het spirituele fundament

van een eeuwenoude beschaving

Voorwoord en Inhoud

De kunst van het oorlog voeren

bottom of page